Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heerlijkheid geleid te worden. Topsy werd niet op eens een heilige; maar het leven en sterven van Eva had zichtbaar een krachtige werking ten goede op haar gehad en een geheele verandering bij haar doen ontstaan. Haar vroegere onverschilligheid was verdwenen — zij betoonde meer gevoel, meer streven, meer begeerte om goed te worden — alles nog wel ongeregeld, zwak en afgebroken, maar toch in alles van een vernieuwd inwendig leven getuigende.

Toen juffrouw Ophelia op zekeren dag om Topsy had gezonden, kwam deze haastig binnen en verborg op dat zelfde oogenblik iets in haar boezem.

„Wat doe je daar? Ik durf wedden, dat je weer iets gestolen hebt," zeide de kleine, vinnige Rosa, die haar geroepen had, terwijl zij haar in hetzelfde oogenblik op ruwe wijze bij den arm vatte.

„Laat mij gaan, Rosa!" antwoordde Topsy, het meisje ter zijde stootende, „wat hebt gij toch altijd met mij te maken ?"

„O, jij slecht schepsel!" hernam Rosa. „Ik heb je iets zien verbergen — ik ken je streken!" En Rosa greep haar andermaal bij den arm en trachtte haar in den boezem te grijpen, terwijl Topsy, driftig en woedend geworden door deze aanranding, met alle kracht haar vermeende rechten verdedigde. Het rumoer en de verwarring brachten beiden, juffrouw Ophelia en St. Clare naar de plaats van den strijd.

„Zij heeft gestolen!" riep Rosa uit.

„Neen, ik heb niet gestolen!" antwoordde Topsy, trillend van drift, en met de overtuiging der onschuld.

„Geef het mij, wat het ook is," zeide juffrouw Ophelia, op vasten toon.

Topsy aarzelde; maar na een tweede bevel haalde zij uit haar boezem een klein pakje te voorschijn, opgerold in een stuk van een oude kous. Juf-

Sluiten