Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

frouw Ophelia maakte het pakje los. Het bevatte een klein, door Eva aan Topsy geschonken boekje, dat Bijbelteksten voor iederen dag van het jaar bevatte, benevens in een afzonderlijk papier de haarlok, die zij ontvangen had op den dag, toen zij elkaar voor het laatst op aarde hadden gezien.

St. Clare was diep geroerd toen hij dit tooneel aanschouwde; het kleine boekje was met een strook zwart floers omwonden, die zij van den dag der begrafenis had overgehouden.

„Waarom heb je dit om het boekje gewonden?" vroeg St. Clare, terwijl hij het krip in de hoogte hield.

„Omdat — omdat — omdat het een boek van jongejuffrouw Eva was. O, neem het er niet af, massa, doe het toch niet," zeide zij, en terwijl zij zich op den grond neerzette en haar boezelaar over het hoofd trok, begon zij onstuimig te snikken.

Het was een zonderlinge vereeniging van het aandoenlijke en het belachelijke, het oude stuk kous, het zwarte krip, het tekstboekje, het schoone haar en Topsy's diepe, innige smart.

St. Clare glimlachte; maar er stonden tranen in zijn oogen toen hij zeide:

„Kom kom, schrei niet; je zult het terug hebben," en na alles weder bij elkaar te hebben gepakt, wierp hij het haar in den schoot en trok juffrouw Ophelia met zich mee naar de spreekkamer.

„Waarlijk, ik geloof dat gij iets van dat meisje zult kunnen maken," zeide hij, met zijn vinger naar haar wijzende. „Een gemoed, dat vatbaar is voor ware smart, is ook vatbaar voor het goede. Gij moet de hand aan haar houden."

„Het kind heeft zich in vele opzichten verbeterd," antwoordde juffrouw Ophelia. „Ik heb goede verwachtingen van haar; maar Augustinus," vervolgde zij, terwijl zij

Sluiten