Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar hand op de zijne legde, „één ding moet ik u noodzakelijk vragen; aan wie zal het kind toebehooren, aan u of aan mij?"

„Wel, ik heb haar immers aan u geschonken," antwoordde Augustinus.

„Maar dat hebt gij niet behoorlijk bekrachtigd; — zij moet op een wettige, onbetwistbare wijze de mijne zijn," hernam juffrouw Ophelia.

„Hoe, nicht!" riep Augustinus uit. „Wat zou dan de maatschappij tot afschaffing van den slavenhandel wel denken. Zij zoude zeker een boet- en vastendag bij zulk een afval uitschrijven, indien gij het durfdet wagen om slaven te houden."

„O, gekheid! Topsy moet de mijne wezen, opdat ik het recht heb, haar met mij naar de Vrije Staten te nemen, en haar daar haar vrijheid te geven, opdat al mijn pogen en streven later niet blijkt geheel nutteloos te zijn geweest."

„O, nicht, welk een schandelijk, goddeloos middel, om een goed doel te bereiken! — Ik kan het niet goedkeuren."

„Waarlijk, ik wil ernstig met u spreken," zeide juffrouw Ophelia. Het helpt niet van dit meisje een Christelijk kind te maken tenzij ik haar van alle kansen en banden der slavernij verlos, en indien gij wezenlijk voornemens waart om mij haar te schenken, dan moet gij mij daarvan door een giftbrief of eenig ander wettelijk bewijsstuk de verzekering geven."

„Welnu," verklaarde St. Clare, „ik zal het doen." En hij nam een courant en begon aandachtig te lezen.

„Maar ik moet het nu dadelijk hebben," zeide Ophelia.

„Waartoe toch die haast?"

„Omdat alleen het heden de tijd is, over welken wij kunnen beschikken," antwoordde Ophelia. „Komaan, hier zijn pen en inkt — schrijf den giftbrief."

St. Clare was, evenals de meeste menschen van zijn karakter, een doodvijand van dat dadelijk handelen en

Sluiten