Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was," merkte juffrouw Ophelia aan. „Niemand, behalve God, heeft het recht om haar mij te geven; maar nu ben ik in staat om haar te beschermen."

„Nu, zij is de uwe toch overeenkomstig de bepalingen der wet," zeide St. Clare, terwijl hij naar de spreekkamer terugkeerde.

Juffrouw Ophelia, die zelden lang in het gezelschap van Marie vertoefde, volgde hem daarheen, na vooraf den giftbrief zorgvuldig te hebben weggesloten.

„Augustinus," zeide zij plotseling, terwijl zij ijverig met haar breiwerk bezig was, „hebt gij wel in eenig opzicht voorzien in de belangen uwer bedienden, in het geval dat ge eens mocht komen te overlijden?"

„Neen, antwoordde St. Clare, terwijl hij voortging met het lezen van zijn courant.

„Dan zou het misschien te eeniger tijd kunnen blijken, dat al uw toegevendheid jegens hen niets anders dan een groote wreedheid was geweest."

St. Clare had dikwijls hetzelfde gedacht; niettemin antwoordde hij op achteloozen toon:

„Nu, ik ben daarom ook voornemens bij gelegenheid daarin te voorzien."

„Wanneer?" vroeg juffrouw Ophelia."

„Wel, ik hoop binnen korten tijd."

„Maar indien gij dan eens eerder kwaamt te sterven?"

„Waar denkt ge toch aan, beste nicht?" vroeg St. Clare, terwijl hij eenigszins driftig de courant ter zijde legde en haar aanzag. „Denkt gij dat zich bij mij verschijnselen van de gele koorts of cholera vertoonen, daar gij er met zooveel ijver op aandringt, om mij mijn laatste beschikking te zien maken?"

„Midden in het leven zijn wij in den dood," antwoordde Ophelia ernstig. St. Clare stond op, legde zijn courant ter zijde en keerde zich achteloos naar de openstaande deur van de veranda, ten einde een gesprek af te

Sluiten