Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

breken, dat hem alles behalve aangenaam scheen te zijn. Werktuigelijk herhaalde hij dat laatste woord „dood!" en terwijl hij op de balustrade leunde, en naar het springende water van de fontein zag, en hij de bloemen en vazen en boomen als in een waas aanschouwde, herhaalde hij andermaal dat woord, zoo gewoon in ieders mond, maar toch van zulk een vreeselijke kracht: „dood!" — „Zonderling is het, dat er zulk een woord en zulk een zaak bestaat," zeide hij bij zichzelf. -Zulk een feit, waaraan wij steeds vergeten te denken: dat men den eenen dag leeft, warm, krachtvol, schoon, rijk aan hoop, aan begeerten en behoeften, en den anderen dag voor altijd is weggenomen!"

Het was een warme, schoone avond, en toen hij naar het ander einde van de veranda wandelde, vond hij Tom daar ijverig bezig met het lezen van zijn Bijbel, terwijl hij nauwkeurig met zijn vinger woord voor woord volgde en alles wat hij las, halfluide met een ernstig gelaat uitsprak.

„Zal ik je voorlezen, Tom?" vroeg St. Clare, terwijl hij zich gedachteloos naast zijn slaaf neerzette.

„Als massa zoo goed wilde zijn?" zeide Tom met een dankbaren blik; „als massa leest, is het mij veel duidelijker, dan dat ik het zelf doe."

St. Clare nam het gewijde Boek, wierp een blik op de opengeslagen plaats en begon een der stukken te lezen, die Tom met zijn zware merkteekens kenbaar had gemaakt. Het behelsde deze woorden:

„En wanneer de Zoon des menschen komen zal in zijn heerlijkheid, en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op den troon zijner heerlijkheid. En voor Hem zullen al de volken vergaderd worden, en Hij zal ze van elkander scheiden, gelijk de herder de schapen van de bokken scheidt." St. Clare las op een levendigen toon voort, totdat hij aan het laatste vers der gelijkenis kwam: „Dan zal Hij zeggen ook tot degenen, die ter linker-

Sluiten