Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Redemisti crucem passus,

Tantus labor non sit cassus." 1)

St. Clare gaf een diepe, gevoelige uitdrukking aan deze woorden, want de schemerachtige sluier der vervlogen jaren scheen opgetrokken te zijn en het kwam hem voor, alsof de zoete stem van zijn moeder de zijne begeleidde. Stem en speeltuig beide schenen te leven en brachten door hun heerlijke overeenstemming die zoete tonen voort, wier bezielende kracht de onvergelijkelijke Mozart eerst recht gevoelde, toen ook hij zich ten laatste ter ruste nedervlijde.

Nadat St. Clare met zingen had opgehouden, leunde hij eenige oogenblikken met zijn hoofd op de hand en begon toen de kamer op en neer te wandelen.

„Welk een verheven voorstelling is dat van het laatste oordeel!" zeide hij. „Een vergelding van alles, wat in vroegere eeuwen is gepleegd! eene oplossing van alle zedelijke raadsels door een onpeilbare wijsheid! Inderdaad, het is een wonderlijk grootsch beeld!"

„Maar geducht voor ons !" zeide Ophelia hoogst ernstig.

„Ik geloof, dat het dit voor mij moest zijn!" hernam St. Clare, terwijl hij nadenkend bleef staan. „Ik heb Tom dezen middag het hoofdstuk uit Mattheus voorgelezen, waarin dat laatste oordeel ons wordt afgeschilderd, en ik werd er diep door getroffen. Men zou verwacht hebben, dat zij, die van den hemel uitgesloten werden, als reden daarvoor met de een of andere afschuwelijke misdaad

1) O, Jezus! denk om welke reden

Ge op aard zoo smartvol hebt gestreden; Verlaat mij niet in 't bange heden; Mij zoekend, zaat gij daar verwezen; Gij zijt van 't kruishout opgerezen;

Laat al die smart vergeefs niet wezen.

Sluiten