Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Gelooft gij dat het mogelijk is dat een natie tot vrijwillige afschaffing der slavernij over te halen is," vroeg Ophelia.

„Ik weet het niet," antwoordde St. Clare. „Het is thans inderdaad een tijd van groote daden. Heldenmoed en belangeloosheid steken hier en daar in de wereld de hoofden op. De Hongaarsche edelen hebben aan millioenen hunner dienaren de vrijheid geschonken, in weerwil van het onberekenbaar groote verlies dat zij daardoor leden, en misschien zullen er onder ons ook wel gevonden worden, die eer en recht niet naar de dollars en centen berekenen."

„Ik kan dat nauwelijks gelooven," zeide Ophelia.

„Maar onderstel eens, dat wij morgen inderdaad ertoe overgingen om onze slaven vrij te verklaren — wie zou zich met de opvoeding van al die millioenen belasten en hun hun vrijheid leeren gebruiken? Nimmer zouden zij het zoover kunnen brengen, dat er veel van hen in ons midden te verwachten was. Het is maar al te waar, dat wij zeiven te traag, te weinig aan handelen gewoon zijn, om hun een denkbeeld van die nijverheid en krachtsontwikkeling te geven, die zoo noodzakelijk zijn om hen tot menschen te vormen. Zij moeten naar het Noorden gezonden worden, waar werken in de mode en het algemeen gebruik is; maar zeg mij nu oprecht, zou daar onder ulieden Christelijke menschlievendheid genoeg gevonden worden om niet voor de moeite en bezwaren, aan hun opleiding en ontwikkeling verbonden, terug te deinzen ? Duizenden van dollars stelt gij ter beschikking van vreemde zendelingen, dat is zoo; maar zoudt gij kunnen verdragen, dat gij den heiden in uwe steden en dorpen zaagt rondloopen, en u opoffering van moeite en tijd en geld getroosten, om hem tot het Christelijk standpunt te verheffen? Dat is het, wat ik gaarne wilde weten, nicht. Indien wij onze slaven de vrijheid eens wilden schenken, zoudt gij dan gereed zijn, om het uwe ter hunner opvoe-

Sluiten