Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en die van den blanke aan elkander gelijk zijn. Afgebroken lispelde hij met een gebroken stem:

„Recordare, Jesu Pie Quod sum causa tuae viae,

Ne me perdas illa die;

Quaerens me sedisti lassus,

Redemisti crucem passus,

Tantus labor non sit cassus."

Het was duidelijk zichtbaar, dat de woorden, welke hij dien avond gezongen had, hem nog steeds voor den geest zweefden, woorden van smeeking, door de zondaarsziel tot de eindelooze Genade gericht. Zijn lippen bewogen zich bij tusschenpoozen, terwijl zij enkele gedeelten van het lied stamelden.

„Hij ijlt!" zeide de geneesheer.

„Neen, neen, maar ik kom eindelijk nader bij mijn huis," antwoordde St. Clare met een laatste krachtsinspanning. „Eindelijk, eindelijk!"

Het spraakvermogen begaf hem. De bleekheid des doods verspreidde zich over zijn wangen; maar met haar daalde tevens de vriendelijke uitdrukking des vredes erop neder, als op het gelaat van een sluimerend kind.

Zoo lag hij daar eenige minuten. Allen zagen dat de hand van den dood op hem rustte. Nog even voor dat hij den geest gaf, opende hij zijn oogen met een plotselingen glans als van vreugde en herkenning; hij stamelde: „Moeder!" en was niet meer.

Sluiten