Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

diging en kalmte hooren toefluisteren. Hij gevoelde zich in de diepte zijner eigen liefderijke natuur in staat om iets te aanschouwen van de volheid der goddelijke liefde; want er staat geschreven: „Die in de liefde blijft, blijft in God en God in hem." Tom hoopte en vertrouwde, en het was vrede in zijn ziel.

Doch de begrafenisplechtigheden waren voorbij met al het rouwfloers, al de gebeden en sombere gezichten, en wederom rolden de koude, troebele golven van het alledaagsche leven met den gewonen gang voort, en opnieuw deed de altijddurende vraag zich hooren: „Wat moet er nu gedaan worden?"

Ook in de ziel van Marie rees zij op, terwijl zij in een luchtig morgengewaad en omriügd door angstige dienstboden in een grooten armstoel gezeten was, en stalen krip en zwarte zijde met alle noodige aandacht bekeek. Met stille vrees kwam zij op in de harten der bedienden, die maar al te goed bekend waren met het ongevoelige, heerschzuchtige karakter van de meesteres, in wier handen zij waren overgelaten. Allen waren maar al te zeer overtuigd, dat de toegevendheid, waarmede men hen totnogtoe had behandeld, hun niet door hun meesteres, maar door hun meester geschonken was en dat er na zijn heengaan niets meer was om hen te beschermen tegen een karakter, dat bovendien nog door droefheid verbitterd was.

Veertien dagen omstreeks waren er na de begrafenis van St. Clare verloopen, toen juffrouw Ophelia, die zich in haar kamer had opgesloten, zacht aan haar deur hoorde tikken. Zij deed open, en daar stond Rosa, van wie wij vroeger reeds meermalen hebben gesproken, met verwarde haren en oogen, die door schreien waren opgezwollen.

„O, juffrouw Feely," zeide zij, op de knieën vallend en den zoom van het kleed der dame kussende, „ga, ga toch voor mij naar mevrouw, en doe een goed woord voor mij!

Sluiten