Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en deed haar hart van hevige verontwaardiging kloppen; maar met haar gewone voorzichtigheid en zelfbeheersching bedwong zij zich, en terwijl zij het briefje van Marie in haar hand sloot, zeide zij bedaard tot Rosa:

„Ga zitten kind, ik zal met je meesteres gaan spreken,"

„Schandelijk! monsterachtig! onmenschelijk!" zeide zij bij zich zelve, terwijl zij zich naar de woonkamer begaf.

Zij vond Marie in haar armstoel zittend, en Mammy aan haar zijde staande, bezig om haar te kappen, terwijl Jane op den grond voor haar geknield lag om haar de voeten te wrijven.

„Hoe gevoelt ge u van daag, nicht?" vroeg Ophelia.

Een diepe zucht en het sluiten der oogen was voor een minuut het eenige antwoord. Eindelijk zeide Marie: „O, ik weet het niet, nicht, maar ik geloof dat ik mij zoo goed voel, als dit maar eenigszins het geval zal kunnen worden." En Marie wischte zich de oogen af met een kostbare zakdoek, die met breede zwarte randen omzoomd was.

„Ik kwam," vervolgde Ophelia, na een korten, drogen kuch, waarvan men zich gewoonlijk als inleiding tot een moeielijk te bespreken onderwerp bedient, „ik kwam om een paar woorden met u over de arme Rosa te wisselen."

Marie's oogen openden zich tamelijk wijd, en een blos bedekte haar gele wangen, terwijl zij op scherpen toon vroeg:

„Nu, wat hebt ge mij van haar te zeggen?"

„Zij is zoo bedroefd over het voorgevallene."

„Waarlijk, is zij dat? Het zal haar nog wel meer spijten, voor dat ik geheel met haar heb afgerekend. Ik heb haar onbeschaamde brutaliteit lang genoeg moeten verduren; doch ik zal haar die afleeren — zij zal voor mij in het stof kruipen!"

„Maar zoudt gij haar dan niet op een andere wijze kunnen straffen, die minder schandelijk en onteerend is ?"

Sluiten