Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

goed behandelde. Ik koester daarom te dien opzichte ook niet de minste vrees."

„Welnu," zeide Ophelia met nadrukkelijken ernst: „ik weet, dat het een der laatste wenschen van uw echtgenoot was, dat Tom zijn vrijheid kreeg; het was een belofte, die hij aan de lieve, kleine Eva op haar sterfbed deed, en ik kan niet denken, dat gij u daartegen zult verzetten."

Marie bedekte bij deze woorden haar gelaat met haar zakdoek; zij begon te snikken en maakte ijverig gebruik van haar reukfleschje.

„Iedereen is tegen mij," zuchtte zij; „niemand, die mij eenige oplettendheid betoont. Ik had het van u ten minste niet verwacht, nicht, dat gij mij aan al deze oorzaken van mijn smart, zoudt herinneren, en het is onmeedoogend van u. Niemand gebruikt eenig medelijden met mij, en mijn beproevingen zijn toch zoo ongemeen. Het is zoo hard, dat ik, die maar een eenige dochter had, mij die moest zien ontnemen en dat ik ook mijn echtgenoot moest verliezen, die zich zoo goed naar mij wist te voegen, want het is inderdaad een zeldzaamheid, dat iemand zich naar mij wil schikken! Maar ook gij schijnt weinig gevoel voor mij te hebben, dat gij mij al die treurigheid zoo onmeedoogend herinnert, terwijl gij toch wel weet, hoezeer ik er door geschokt word. Ik geloof, dat gij het wezenlijk goed meent, maar het is onvoorzichtig van u gehandeld." En Marie snikte en hijgde naar adem en beval Mammy om het venster te openen, en haar reukfleschje te brengen en haar het hoofd te wasschen en de kleederen los te maken, en te midden van de algemeene verwarring, die er nu volgde, nam juffrouw Ophelia de vlucht naar haar eigen kamer.

Zij begreep, dat het vruchteloos zou wezen, om nog meer woorden te verspillen; want Marie had een onbeschrijfelijke handigheid in het verwekken van zenuwtoe-

Sluiten