Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bleef staan en het hoofd telkens met een grijnslach bukte, wanneer zijn meester naar hem sloeg.

„Ach Heer, massa, wij waren het niet, wij waren allen stil en bedaard; maar het waren die nieuwe negers — zij tergden en kwelden ons, en laten ons geen oogenblik met rust.

De eigenaar van het slavenhuis wendde zich daarop naar Tom en Adolf en deelde hun, zonder veel onderzoek te doen, eenige slagen en stooten toe, en na het algemeene bevel te hebben gegeven, om zich als goede jongens te gedragen en te gaan slapen, verliet hij het vertrek.

Terwijl dit tooneel voorviel in de slaapzaal der mannen, zult gij misschien ook nieuwsgierig wezen om een blik te werpen in de aangrenzende ruimte, die voor de vrouwen bestemd is. In verschillende houdingen op den grond uitgestrekt, zult gij daar talrijke slapende gedaanten ontdekken van allerlei kleur, van het zuiverste ebbenhout tot aan het blanke toe, van den kinderlijken leeftijd af tot aan den hoogen ouderdom. Hier ziet ge een mooi meisje van tien jaren, wier moeder gisteren verkocht werd, en dat zich dezen avond in slaap schreide, terwijl er niemand was, die naar haar omzag; ginds aanschouwt gij een oude, afgeleefde negerin, wier dunne armen en magere vingers van langdurigen en zwaren arbeid getuigen, en die verwacht, dat zij morgen als een artikel zonder waarde tegen eiken prijs verkocht zal worden; en rondom haar ontdekt gij een veertig- of vijftigtal anderen, de hoofden met doeken of verschillende kleedingstukken omwonden, op den grond gelegerd. Maar in een verwijderden hoek, van al de overigen afgescheiden, bevinden zich twee vrouwelijke wezens van een meer dan gewoon belangwekkend voorkomen. Een harer is een fatsoenlijk gekleede mulattin van tusschen de veertig en vijftig jaren, met zachte oogen en een vriendelijk innemend gelaat. Zij draagt op haar hoofd een hoogen, puntigen tulband, uit een helder

Sluiten