Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doen het in stilte, opdat de een het niet van de andere bespeuren zal.

„Moeder, leg uw hoofd op mijn schoot en beproef, of gij niet eenige oogenblikken slapen kunt," zeide het meisje, dat alle moeite deed om bedaard te schijnen.

„Ik heb geen behoefte om te slapen, Emmeline. Ik kan niet slapen. Het is de laatste nacht dat wij bij elkander zullen zijn!"

„Ach moeder, spreek zoo niet! Misschien worden wij wel aan een en denzelfden meester verkocht; wie weet het!"

„Indien het iemand anders betrof, dan zou ik ook zoo spreken, Emmeline," antwoordde de vrouw. „Maar ik ben zoo bevreesd, dat ik u verliezen zal, dat ik niets anders dan gevaar voor oogen zie."

«Hoe zoo moeder? De man zeide immers, dat wij zooveel op elkander geleken en wel koopers zouden vinden."

Susanna dacht aan de blikken en woorden van dien man. Met doodelijken angst herinnerde zij zich, met hoeveel nauwkeurigheid hij naar Emmelines handen had gezien, haar krullende lokken had betast en haar voor de puikste waar van de geheele markt had verklaard. Susanna had een Christelijke opleiding genoten; zij was gewoon om dagelijks in den Bijbel te lezen, en gruwde evenzeer bij het denkbeeld, dat haar kind tot een leven van schande verkocht zoude worden, als dit het geval met iedere Christelijke moeder zou zijn geweest; maar zij had geen hoop, geen bescherming.

„Moeder! ik geloof dat wij zeker een hoogen prijs bij de verkooping zouden opbrengen, indien er voor u een plaats in de keuken en voor mij een als kamenier of naaister in de éen of andere familie gevonden werd. En mij dunkt, daartoe zal wel kans zijn. Laten wij beiden er zoo opgeruimd en frisch trachten uit te zien, als ons maar mogelijk is, en opsommen, wat wij zoo al kunnen

Sluiten