Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doen; misschien zal het ons dan gelukken," zeide

Emmeline. .

„Ik wilde gaarne, dat je morgen je haar glad naar

achter wilde kammen," zeide Susanna.

„Waarom dat, moeder? Ik zie er dan niet half zoo

g „Dat weet ik; maar daarom zal je juist zooveel te beter

verkocht worden." . .

Ik zie daarvoor geen reden," merkte het meisje aan. „Men zal je eerder voor een deftige familie koopen, indien ze je zoo eenvoudig en bescheiden zien, dan wanneer je je zoo mooi tracht voor te doen. Ik ken de menschen beter dan jij, mijn Emmeline!" zeide de moeder. Nu, dan zal ik het doen, moeder."

"En, Emmeline, wanneer wij elkaar na morgenvroeg niet weerzien, indien ik misschien voor deze plantage en jij voor een andere gekocht wordt, denk er dan altijd 'aan, hoe je bent opgevoed, en aan alles, wat je van onze goede meesteres hebt geleerd. Houd je bijbel en je gezangboek bij je, en wanneer je den Heer getrouw bent,

dan zal Hij ook u getrouw zijn."

Zoo spreekt de arme moederziel in haar moedeloosheid, want zij weet het, dat morgen de een of andere man, hoe laag en slecht, hoe goddeloos en onbarmhartig ook, de eigenaar van haar dochter worden kan, indien hij maar geld bezit om haar te betalen. Maar zij weet geen ander middel van troost en bemoediging dan de toevlucht tot het gebed, en vele zulke gebeden zijn er uit deze slavengevangenissen tot God opgerezen — gebeden, die Hij niet heeft vergeten, gelijk in den grooten dag der toekomst blijken zal; want er staat geschreven: „Zoo wie een dezer kleinen ergert, het ware hem beter, dat een molensteen aan zijn hals gebonden en hij in de zee

geworpen was."

De zachte, ernstige stralen der maan dringen naar

Sluiten