Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terwijl hij de honden met een woeste uitdrukking van tevredenheid de koppen streelde, en zich vervolgens tot Tom en de overige slaven wendende, vervolgde hij: „Gij ziet wat u wacht als gij tracht te ontvluchten. Deze honden zijn er op afgericht om slaven te vangen, en zij zouden met evenveel gemak een van u lieden verscheuren, als dat zij hun avondeten gebruiken. Onthoudt dat tot uw eigen best. Wel, Sambo!" voegde hij een onoogelijken knaap met een hoed zonder rand op het hoofd toe, die hem stond op te wachten, „hoe is het met de zaken gegaan?"

„Opperbest, massa."

„Quimbo!" zeide Legree tot een ander, die allerlei pogingen deed om de aandacht van zijn meester tot zich te trekken, „gij hebt toch gedaan wat ik u bevolen heb?"

„Dat zou ik denken!" was het antwoord.

Deze twee kleurlingen waren de voornaamste arbeiders op de plantage. Legree had hen opgebracht en evenzeer in woestheid en dierlijkheid afgericht als zijn honden, en door langdurige oefening was 't hem gelukt hun karakters bijna tot dezelfde laagte te doen zinken.

Niemand kan geheel zonder gezelligen omgang leven, en Legree leefde met zijn beide zwarte handlangers in een soort van ruwe gemeenzaamheid, een gemeenzaamheid echter, die beiden ieder oogenblik met moeielijkheden dreigde; want bij de minste oorzaak van toorn stond een hunner gereed, om op een enkelen wenk de uitvoerder van de wraakzucht des meesters tegen den anderen te zijn.

Gelijk zij daar voor Legree stonden, schenen zij een duidelijk bewijs van de waarheid te wezen, dat verdierlijkte menschen nog lager staan dan de wildste dieren. Hun ruwe, sombere, barsche trekken, hun gluipende oogen, die gedurig vol afgunst van den een naar den

Sluiten