Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verward, maar eindelijk barstte hij in woede uit: „Wat! durf je zeggen, dat het niet goed is, wat ik je beveel te doen? Wat heeft iemand zooals jij er mee te maken, wat recht of onrecht is? Ik verzeker je, dat ik daaraan een einde zal maken. Wel, zeg eens, wie meen je, dat je bent? Misschien verbeeld je je wel, een voornaam heerschap te wezen, massa Tom, dat je je verstout om aan je heer te zeggen, wat je dunkt recht te zijn of niet? Dus denk je, dat het niet rechtvaardig van mii is om haar te slaan?"

,,Ja, dat denk ik, massa," antwoordde Tom bedaard „Het arme schepsel is zwak en ziek; het zou wreed en schandelijk zijn, en zoo iets zal ik nimmer kunnen doen massa. Wil u mij dooden, welnu, massa, doe het dan' maar mijn hand tegen iemand als deze op te heffen,' dat zal ik nimmer; ik wil liever sterven!"

Tom sprak met een zachte stem, maar met een vastheid van toon, waarin men zich niet vergissen kon. Legree beefde van toorn; zijn grauwe oogen fonkelden, en zelfs zijn borstelige haren schenen van kwaadheid omhoog te staan; maar evenals een wild dier, dat met zijn slachtoffer gaat spelen, voordat hij het verslindt, zoo bedwong ook hij zijn lust om dadelijk tot geweld over te gaan • hij antwoordde derhalve alleen met bittere scherts.

„Wel, wel, dat is nu eerst een vrome hond, die in ons midden is verschenen; een heilige, minder niet, die tot ons gezonden is om tot ons zondaren van onze zonden te spreken! Hij moet al een machtig heilig schepsel wezen, inderdaad ! Hier, jij, die je zoo vroom wilt houden, heb je nooit in je Bijbel gelezen: „Dienstknechten, zijt gehoorzaam aan uw heeren?" En ben ik je heer niet? Heb ik niet mijn twaalfhonderd dollars voor je uitgeteld? En ben je thans dus de mijne niet naar lichaam en ziel? Zeg mij, ben ik je meester?" vervolgde hij, terwijl hii Tom een schop gaf.

Sluiten