Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van dit oogenblik af bewoog zich het nederige hart van den verdrukte als in een kring van onverklaarbaren vrede; een alom tegenwoordige Heiland had het tot zijn tempel gewijd. Vergeten was nu het bloeden der aardsche wonden, verdwenen de gedurige slingering tusschen hopen, vreezen en wenschen; de menschelijke wil, die zoolang gekampt, geworsteld en gebloed had, was nu volkomen in den goddelijken wil opgelost. Zoo kort scheen hem nu het overschot van de reis des levens toe, zoo van nabij, zoo helder, zoo levendig vertoonde zich aan zijn oog de eeuwige zaligheid, dat al de rampen en kwalen der aarde hem niet meer konden treffen.

De verandering in zijn uitwendig voorkomen werd door allen opgemerkt. Zijn opgeruimdheid en levendigheid schenen teruggekeerd te zijn, terwijl hij een kalmte ten toon spreidde, die door geen beleediging of mishandeling meer verstoord konden worden.

„Hoe is het toch met Tom?" vroeg Legree aan Sambo. „Een poos geleden was hij geheel en al terneergedrukt, en nu schijnt hij geheel leven en vroolijkheid te zijn."

„Ik weet het niet, massa; misschien denkt hij wel aan de vlucht."

.,Ik mocht wel eens zien, dat hij dat waagde," hernam Legree met een woesten grijnslach. „Is het niet, Sambo?"

Dit werd door Legree gesproken, terwijl hij zijn paard besteeg om de naburige stad te gaan bezoeken. Toen hij 's avonds thuis kwam, besloot hij nog eens terug te keeren en het kwartier rond te rijden, ten einde te zien of alles daar in orde was.

Het was een heerlijke, door de maan verlichte nacht; de schaduwen der bevallige oranje-boomen teekenden zich scherp af, op de zoden van den grond, en in de lucht heerschte die kalme stilte, die doorschijnende helderheid, wier stoornis heiligschennis zou wezen. Legree bevond zich op een korten afstand van het slavenkwartier, toen

Sluiten