Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gelijk een galm van hemelsche muziek, gehoord te midden van het geloei van den storm, zoo deden de gevoelvolle woorden, een pauze van stomme verbazing ontstaan. Legree was als verpletterd; hij zag Tom zwijgend aan; er heerschte zulk een diepe stilte in het vertrek, dat men het getik der oude klok duidelijk vernemen kon, die als het ware met kalmen ernst het verharde hart aan de laatste oogen blikken van genade en bekeering herinnerde.

Doch dit duurde ook slechts een oogenblik. Het was een pauze van aarzeling, van besluiteloosheid, van vreesachtige huivering, maar weldra keerde de geest des kwaads met zevenvoudige kracht terug, en de van woede schuimbekkende Legree wierp zijn slachtoffer ter aarde.

Tooneelen van wreedheid en bloed zijn meestal te schokkend voor ons oog en hart. Is de mensch soms in staat, wreedheden te begaan, hij heeft niet altijd de kracht om ze te vernemen.

Was hij alleen in dien ganschen, langen nacht, hij wiens moedige, liefdevolle ziel in die oude schuur stand hield tegen de snerpende, onmenschelijke slagen?

Neen, daar stond er aan zijne zijde Een, dien hij alleen zag: de Zone Gods.

„Hij is bijna dood, massa," zeide Sambo, in weerwil van zichzelf, getroffen door het geduld van zijn slachtoffer.

Ga maar voort, tot hij het opgeeft! Geef hem de rest!" brulde Legree. Tom opende zijn oogen en vestigde die op zijn meester.

Sluiten