Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volle stem van dien Eenige, van zijn leven, zijn dood, zijn voortdurende nabijheid, en zijn onbegrensde macht tot redden en zaligmaken.

De beide woestelingen weenden.

Waarom heb ik daarvan dan vroeger niet gehoord?" zeide Sambo. „Maar ik geloof je, ik kan het niet laten. Heere Jezus ontferm u ook over ons!"

„Arme menschen!" zuchtte Tom; ,,ik zou bereid zijn alles nogmaals te dragen, indien ik u maar tot Christus mocht hebben gebracht! O Heere geef mij ook deze beide zielen, bid ik U!"

Dit gebed werd verhoord.

HOOFDSTUK XXV.

DE JONGE MEESTER.

Twee dagen daarna kwam een jong man in een licht rijtuig de oranjeboomenlaan oprijden, en na driftig de leidsels van de paarden neergeworpen te hebben, sprong hij er uit en vroeg naar den eigenaar van de plantage.

Het was George Shelby. Maar wij moeten, ten einde met de reden van zijn komst bekend te worden, een weinig in ons verhaal terugkeeren.

De brief van juffrouw Ophelia aan mevrouw Shelby was door een ongelukkig toeval gedurende een paar maanden aan een afgelegen postkantoor opgehouden geworden, voordat hij de plaats zijner bestemming bereikte,

Sluiten