Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hielden, zeide hij, dat hij dit wel wist, maar het niet kon zeggen, en daarbij bleef hij, schoon ik hem een pak slagen liet toedienen, gelijk nog nooit een neger van mij heeft ontvangen. Ik geloof dat hij nu denkt te sterven; maar ik weet niet, of het reeds met hem gedaan is.''

„Waar is hij T' vroeg George onstuimig. „Laat mij hem zien; breng mij bij hem." De wangen van den jongen man gloeiden als vuur; zijn oogen schoten vonken; maar hij was voorzichtig genoeg om vooralsnog zich niet verder uit te laten.

„Hij ligt daar ginds in die schuur!" zeide een knaap, die het paard van George vast hield.

Legree wenkte den knaap en schold op hem; maar George wendde zich, zonder verder iets te zeggen, van hem af en richtte zijn schreden naar de aangeduide plaats.

Tom had daar twee dagen lang na den noodlottigen nacht gelegen; maar hij had niets geleden, want iedere zenuw, welke hem voor lijden vatbaar zou hebben gemaakt, was verstompt en vernietigd. Hij lag het grootste gedeelte van den tijd in een stille verdooving: want zijn sterk en krachtig gebouwd lichaam gedoogde niet, dat de gevangen geest zoo op eenmaal van zijn boeien werd ontslagen. Heimelijk was hij in de nachtelijke duisternis bezocht geworden door onderscheidene der arme verlaten wezens, die gaarne de zoo schaars toegedeelde uren van rust wilden opofferen, om hem hun dankbaarheid te kunnen betuigen voor al de daden van liefde, die hij steeds op een zoo overvloedige wijze aan hen betoond had. Waarlijk, deze arme leerlingen hadden maar weinig te geven, niets dan de teug koud water; maar deze werd ook met het volle hart geschonken.

Er waren tranen op dat eerlijk, gevoelloos aangezicht gevallen, tranen van laat berouw, bij den armen, onwetenden heiden opgewekt, door het geduld en de liefde van den stervende, en vurige gebeden werden er voor hem

Sluiten