Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Het jaar der vreugde is aangebroken.

Bevrijde zondaars, keert naar huis."

„Nog iets moet ik u zeggen," sprak George, terwijl hij aan de zegenwenschen der negers een einde maakte. „Gij allen herinnert u zeker onzen goeden, ouden Oom Tom nog wel, niet waar?"

George gaf nu een korte schets van het tooneel van 's mans dood en sprak van de laatste afscheidsgroeten, die hij voor allen had medegegeven, en voegde er eindelijk nog bij :

„Het was op zijn graf, mijn vrienden, dat ik voor het aangezicht van God besloot, mij nimmer het recht over een slaaf toe te eigenen, waar het mij mogelijk is, hem te bevrijden, en dat nooit iemand door mijn schuld gevaar zal loopen om van vaderland, huis en vrienden gescheiden te worden en op een eenzame plantage te sterven, gelijk hij stierf. Indien gij u dan nu verblijdt over uw verkregen vrijheid, vergeet dan ook niet, dat gij deze aan dien braven, trouwen man verschuldigd zijt, en betoont uw dankbaarheid door een goede, vriendelijke behandeling van zijn arme vrouw en kinderen. Denkt telkens aan uw vrijheid, wanneer gij de Hut van Oom Tom aanschouwt, en laat het u een aansporing wezen om in alles zijn voetstappen te volgen en even eerlijke en getrouwe Christenen te zijn, als hij was!"

„O, lieve tante, hebt gij reeds geheel gedaan, en zijn de aangename avonden voorbij?" zeide George, toen zijn tante het boek sloot, waaruit zij totnogtoe had voorgelezen.

Sluiten