Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bewegen. Heb-je 'm nou goed beet? .... Ik zal gauw 'n kooi halen .... Vasthouden, hoor!"

Ries bleef alleen op de groote zolder. Ries en het vogeltje....

Hij was opgestommeld op z'n ellebogen, had het dier tusschen beide handen ingeklemd, en stond nu vol ongeduld te wachten op Dirk, den palfrenier, die zoo dadelijk met een kooitje in de trapopening zou verschijnen. Hij durfde geen stap te doen, hield z'n handen, met 't gevangen dier, krampachtig tegen z'n borst gedrukt.

Hij had 't nou toch, hè? .... nou zou 't niet meer wegkomen; z'n handen zouden het klemmen als in een ijzeren tang.

Ries stond alleen op de groote zolder, Ries en het vogeltje ....

Z'n oogen schitterden, z'n wangen gloeiden, maar hij wist het niet; z'n beenen trilden, z'n hart bonsde, maar hij merkte het niet; z'n broek had een scheur, maar hij zag het niet.... hij dacht alleen aan dat warme, zachte lijfje, dat tusschen zijn handen te sidderen lag.

Vasthouden zou-d-ie 't! Als Dirk nu maar kwam: waar bleef hij nu zoo lang ?

Als hij 't nu eens weer weg liet vliegen! .... neen hoor! En toch was 't telkens, alsof dat gladde, levende zóó maar tusschen zijn vingers zou doorglijden; toch was 't telkens, alsof hij opeens zijn handen zou moeten opendoen, zonder 't zelf te willen, en dan .... Vasthouden, hoor! Vasthouden zou-d-ie 't....

Hè, wat rilde dat beestje; Ries' handen en armen en

Sluiten