is toegevoegd aan uw favorieten.

Vermeulen Krieger

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hunner, sinjo Karei van kampong Baroe, die zulke schoone panton's (liedjes) zong, had den moed zijne dame terug te eisc.hen.

„Kaloe soeka (als 't u belieft), meneer, m ij n dame!"

„Pardon, mijnheer, deze quadrille is buiten het programma; dit is een extra-dans, weet u?"

„Tra-perdoeloe (dat is mij onverschillig), ikke extra-dans."

„Volstrekt niet, daar komt niets van in."

„Ajo, Annet, toerot (volg mij)," zegt sinjo Karei, de nonna bij den arm vattende.

„Terug, mijnheer, of... ."

Hier deed de blanke een beweging als of hij naar zijn sabel greep, en de sinjo liet dadelijk af.

Van een ander paar wordt insgelijks de dame gereclameerd. De officier heeft al zijne welsprekendheid uitgeput, en laat het aan de nonna zelve over om een keus te doen. Tot antwoord klemt deze zich vaster aan den officier.

Inmiddels is de muziek begonnen en bij het eerste figuur heeft van Hove al van dame verwisseld „omdat het zoo gek stond dat Pieterse met zijn eigen vrouw danste." Het is een dol-prettige dans, vol aardigheden, en eindigende met een galop infernal.

Een twaalftal mokkende sinjo's hebben onderwijl in de voorgalerij de hoofden bij elkaar gestoken. De vreesachtigste stelt voor de partij te verlaten; doch daar er nog niet gesoupeerd is, vindt dit algemeene tegenkanting; de moedigste, sinjo Karei, meent dat men te zamen sterk genoeg is om de indringers het huis uit te werken.

Van Hove begrijpt, dat het tijd wordt een einde aan de grap te maken en de vrije beschikking over de dames weêr aan de sinjo's te geven. Beunk, gebiologeerd door nonna Doortji, die nog aan zijn arm hangt, wil evenwel van geen weggaan hooren. Noch het vooruitzicht om het geheele korps woedende sinjo's tegen zich te