is toegevoegd aan uw favorieten.

De Hollandsche vrouw in Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een soldaat natuurlijk, gaat met opgestroopte mouwen, gevolgd door zijn Boegineesche helpers, naar de plaats! waar de planken liggen, of liever, waar van het aangebrachte hout de planken moeten gemaakt worden O!

welk een moeite het is, eer er zulk een stapel is, weet ik later pas — eer het aangesleept is uit de bosschen, uit de bergen, over de rivieren, door langzame zich nooit haastende inlanders. Eer er „een huis" staat, zijn er heel wat gemoederen in beweging gebracht!

Maar niet alleen in ons bivak begint het te leven — ook het vorstenverblijf aan den overkant ontwaakt — vrouwtjes beginnen daar rijst te stampen en een oogenblik daarna klingt het licht rinkelend geluid van koperen bekkens. Een heele kinderschaar daalt met fladderende sarongs en grappig elkaar verdringende bloote beenen het steile wegje af, dat naar het groote huis voert. Het is het prinsje dat 'naar school gaat, ook een inrichting door ons Hollanders hier m het leven geroepen, hoewel nog op zeer bescheiden schaal bestaande uit een jong, nog zelf half uit de kluiten gewassen schoolmeestertje, een Makassaar, en het schoolgebouw ook een soort schuur nog, maar ruim en luchtig.

Achter het prinsje, een jongen van elf jaar, komen al de andere schoolkinderen, kinderen van vorsten uit de buurt, of hoofden of rijksgrooten, in alle geval de kinderen der aanzienlijken, en dezen worden weer gevolgd door de armsten der armen, half naakte bniine wezentjes met verwarde duivelsharen. Zij zijn de bekkenslagers, die dat lichte trillende geluid naar mij op deden stijgen. Iedere vorstentelg wordt tot zijn twaalfde jaar gevolgd door zoo'n trawant, die hem door den bekkenslag voor booze geesten en kwade ziekten behoedt!