is toegevoegd aan je favorieten.

De opstand van Amir benevens een statistisch overzigt van het tegenwoordige Banka

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dende lont! Deze maatregelen werden dan ook door den militairen kommandant, majoor Becking, totaal afgekeurd.

Gedreven door verschillende aanmaningen des residents, besloot de administrateur van Pankal Pinang nogmaals eene poging in 't werk te stellen, Amir, die zich bij Mesoendaj ophield, te overvallen en te arresteren.

Op den 29e. December rukte hij, de hoofd-jaksa benevens 44 inlanders uit, onder bescherming van den Luit. van der Schrieck met 30 man. Dezen laatsten (v. d. Schrieck) was ook thans weder te kennen gegeven, alleen „de onderneming te moeten beschermen" maar zoo hij in de verpligting was één schot te lossen, dan ging de leiding der zaken op hem over.

Door middel van een kruispraauw was alles zonder oponthoud te Mendara, (1 { paal van Mesoendaij) aangekomen; daar stonden 5 inlanders al3 voorposten van Amir, en toen van onze zijde door misverstand een schot gelost werd, verdwenen niet alleen zij, maar (zooals later bleek) Amir met de zijnen waren ook terstond in ons geheel onbekende streken teruggetrokken; de soldaten kwamen op zijne laatste verblijfplaats, vonden kleedmgstukken en zelfs half gekookte rijst, maar het doel van den togt was niet bereikt. Amir was ontweken, en diep teleurgesteld rukten de troepen den 31e. d. o. weder Pankal Pinang binnen.

Door zulke mislukte pogingen werd Amir niet alleen groot en grooter in het oog der Inlanders maar ook gevaarlijker voor onzen invloed; hierbij kwam dat de hadjie Aboe Bakar, die zeer gezien was onder de bevolking, zich openlijk aan de zijde van Amir verklaarde, den muiteling aanspoorde zich krachtdadiger tegen het Gouvernement te verzetten, hem met raad en daad ondersteunde, de inlanders dwong om zich hij het gevolg