is toegevoegd aan je favorieten.

Kleine bandeloozen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zucht, ,ik dacht vvarachtig zoo dat die kleine meid me daar viel, die stumpers kenne d'r ook niks an doen.

»Voorzichtig! schreeuwde een waarschuwende stem naar boven; »as-je neer slaat is 't te laat!« Een kinderstem antwoordde van boven terug.

»Ze lijkt sprekend op hem,« verzekerde de vrouw die het over Fine had; »die neus en die oogen. ...

»Ja, met die kinderen mot je meelij hebben, die stumpers maken zoo maar wat mee.«

»Ja, doe daar s wat tegen,« sprak de vrouw van-éénhoog; ,'k zeg al laatst tegen die kriek, je weet wel dat bultje van boven, ze hadden 'm een spijker of zoo motte geven dat moet een uitstekend middel zijn. Maar je snapt hè, nou is 't te laat, daar moetje direkt mee beginnen.«

»0, een spijker? sprak een ander belangstellend, 'k heb wel s gehoord van alle morreges een stuk stopverf met slaolie, dat mot óók zoo goed zijn, of uitgebrande zwavelstokken met getrokken vlier, dan benne ze d'r radicaal af.«

'Nou, ik heb een heer gekend,» blufte een er met opgetrokken mondhoeken terug; »nou woont-ie heel sjiek, 'k zie 'm nog wel 's, nou en die vrat geregeld een half ons ongeniale koffie per dag, zoo was die an de drank, k Zie m soms wel 's, hij ken me,« sarde ze met stralende oogen in 't rond.

»Nou ja. . .« smaalden de anderen.

"°f je nou jenever heb of wijn,« stak er een venijnig