is toegevoegd aan je favorieten.

Kleine bandeloozen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

knipperdolletje énne van grootjes kindje en of 'k veel van d'r hield.«

»Heerlijk hè,« zei een luisterend meisje, met grootopen oogen starend naar het oudere zusje van Toos: nvij hebben nog nooit een grootje gehad... zeg hoe oud is je grootje ?«

»Nou ze is al oud hoor ... ze is al meer als zeventig,« zei de oudste in stille bewondering; smaar ze kan niet goed meer zien, weet je, als ze breit zit ze altijd vlak voor 't raam en Miet is van haar.«

»Miet is de kat, begrijp-ie,« legde ze uit: »maaralsje 'm wat doet, hè Toos, nou dan is ze nijdig hoor, dan kijkt ze zoo kwaad, enkel rimpels.«

»Ik heb r wel s gezien, hè,« zei de jongen ; »voor ?t raam, met dat mussie.«

»Ikke niet,« zei zijn jongere zusje: »wel jullies kat en je moeder, maar morrege magge we met vader naar jullie toe, vader zegt ze is altijd zoo aardig.«

»Nou en ze breit al onze kousen,« vertelde de ander door in verrukking: «deze ook, nou is-t er een gat in, maar ze benne al oud, maar sterk, hè Toos . . . Schik wat op.«

In stille bewondering keken de saamgekropen kinderen naar het oudere zusje van Toos. Zwijgend hadden ze geluisterd naar haar domineerend gebabbel.

«Riek weet altijd zooveel,« fluisterde er een vol ontzag : »ze is knapper dan 't zussie van Kees, die groote .. . ze weet alles.«