is toegevoegd aan je favorieten.

Reinaert de Vos

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET ACHTSTE HOOFDSTUK. — HOE REINAERT ANDERMAAL TEN HOVE KWAM EN HOE HIJ DEN KONING AANSPREEKT. — — — — —

LZOO redekavelend en nog een eindeke gaans, kwamen zij aan 't hof. Reinaert werd iet ontdaan in zijn gemoed door twijfel. Nochtans nam hij het op gelijk het stond en miek zich stout van herte. Hij streek door de rangen der baronnen

tot waar de koning zelve was. Grimbert volgde hem van dichte bij en zegde:

— Oom Reinaert, houd goeden moed en wees onvervaard; den bloodaard en krijgt de kanse niet te grijpen maar de stouterik wordt door 't geluk geholpen — voor de zulken is een dag somtijds beter dan voor menigeen een heel jaar.

— Neve, gij zegt de waarheid, sprak Reinaert, God danke u, gij hebt mij wèl getroost.

Reinaert stond nu vóór den koning, maar eer hij een woord uitbracht, nam hij zulke fiere houding en keek rond met zulke stoute oogen kwansuis om te zeggen: wie wat hebben wil van mii, die kome!

Hij merkte er vele in de schaar, van zijne magen die daar stonden en hem geen goed en gunden en dat moest hem niet verwonderen want hij had het wel verdiend. De otter, de bever, en bij tientallen andere, overal zag hij kwade gezichten. Maar velen waren er ook gekomen die hem beminden en genegen waren. Reinaert knielde en verhief zijne stem voor den koning. Alzoo begon hij:

•— God die niet vergaan en kan en machtig blijft over alle dingen in der eeuwigheid, bewaar mijn heer den koning en zijn vrouwe de koninginne en verleen hun wijsheid en doorzicht om te onderscheiden wie er recht