is toegevoegd aan je favorieten.

De comedie der liefde

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waarom de vogels te verjagen Uit uw rijk-bloeienden kersen gaard!

Laat hen maar stelen die enkele dagen ...

Vogels zijn dubbel hun zangloon waard.

Waarlijk in 't eind wint gij bij den ruil nog,

Krijgt zoete zangen voor late vrucht...

Snel gaat voorbij de Tijd, en bedenk toch Hoe weldra de zomer weer ontvlucht.

Leven wil ik, genieten en zingen,

Tot bladerloos is de laatste heg:

Niet als een kind om méér zal ik dwingen.

Ruim dan gerust het overschot weg.

Open het hek, laat 't vee naar begeeren

Gulzig grazen, tevreden en stil;

Ik plukte de bloemen... wat kan 't mij dereu

Wie 'tdoode restje nog nemen wil!

Valk {tegen de dames).

Kijk, dat was nu het lied waarom u vroeg;...

Wil wat toegevend zijn ... veel zaaks is 't niet.

Goudstad.

O wat deert dat, als 't lied maar goeden klank heeft!

Juffr. Ekster (kijkt rond).

Maar Zwaanliild, die er zoo op aandrong juist?

Toen Valk begon, was zij met-een gevlogen;

Nu is zij weg.

Anna (wijst naai• den achtergrond). Weineen, zij zit daarginds.

Mevr. Halm (zuchtend).

Och god, dat kind! Wie leert haar ooit manieren!

Juffr. Ekster.

Maar zeg, mijnheer, mij leek uw lied op 't einde Veel minder rijk aan . . < ja ... aan poëzie.

Dan in de rest toch wel te vinden is.

Stuiver.

Ja, en 't was toch gemakkelijk genoeg Om aan het slot ook nog wat aan te brengen.

Valk (klinkt met hem). Je smeert maar op, als lijm tusschen de barsten,

Totdat het plakt en 't hout gemarmerd lijkt.