is toegevoegd aan je favorieten.

Mammon

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heel liaar lichaam zich wringend als in pijn. „O, lioe kan je dat zeggen, o lieve God, 't kan niet, 't kan niet! Jij gaat al weg, maar m'n jongen wil ik houden."

Haar smart roerde hem nu niet; hij was geërgerd over haar tegenstand, die alles weer bederven kon.

„Kou, ik zal maar weggaan; je bent nu niet in de stemming om helder te denken. Maar als je weigert en 't kind krijgt een ongelukkig leven, dan heb je 't niemand te wijten als je zelf, je zélf, hoor je!" zei hij hard.

Hij ging naar de deur. „Nee, nee, Anton!" ze richtte zich op haar knieën, kroop naar hem toe, haar gezicht overstroomd door tranen. „Och nee, nee, zeg dat niet; ik kan 'm niet missen, begrijp dat toch!"

„Nu ja, makkelijk gaat 't natuurlijk niet," zei hij zachter, „maar je moogt niet egoïstisch zijn in dit geval. Denk er nog eens goed over; morgen kom ik terug."

Ze bleef alleen, lag nog lang te snikken op den grond, zonder denken, alleen maar met een gevoel van ontzettende pijn, van wilden wanhopigen angst.

Toen kroop ze op haar knieën naar de alkoof, keek in het bedje van haar jongen. Hij lag op zijn rug te slapen, het gezichtje in volkomen rust, de lipjes een beetje van elkaar, de armpjes wijd uit, de rose vingertjes uitgespreid op 't witte lakentje. Ze staarde naar hem met onweerstaanbare begeerte hem te zoenen, maar ze bedwong zich, streek alleen heel zacht over