is toegevoegd aan uw favorieten.

Hyacinten met uit-den-schijf-getreden hoofdknop en met "dubbele neuzen"

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hun midden den bloeistengel vrijlaten. Deze bloeistengel neemt den top van den vegitutieven stengel in, en termineert hem das; de bol kan zich slechts sympodiaal verder ontwikkelen; dit geschiedt bij de hyacint door den hoofdknop, gelegen in den oksel van het hoogste groene blad en dicht tegen den bloeistengel aan; hij onderscheidt zich door zijne plaats en snelle ontwikkeling van alle overige knoppen, die, in de oksels der oudere rokken ingeplant, zich van buiten naar binnen (d. i. van beneden naar boven aan de asi in afnemenden ontwikkelingstoestand bevinden, en ieder voor zich eenige jaren noodig hebben alvorens den bloeibaren toestand te bereiken. Bovendien blijft de hoofdknop aan den moederbol verbonden, de overige knoppen (klisters) niet. Gedurende het ontwikkelen van dezen knop (voortzettingsbol) groeien de bases der groene bladen tot rokken uit, en sterven de groene laminae te gelijk met den bloeistengel af. De knop bestaat van buiten naar binnen uit eenige vleezige scheedeblaadjes, een aantal toekomstige groene blaadjes, en den aaideg eens bloeistengels ; bij de zeer jorge bollen termineert zich de vegitatieve stengel niet in eene bloei wijze, doch groeit monopodiaal verder fig. eerst

na 2-4 jaar, naarmate de bol door „snijden", „boren" M of zaaien verkregen is, wordt een bloemtrosje gevormd, dat de eerste malen nog slechts uit weinige bloempjes bestaat.

Voor de ontwikkeling van den knop (voortzettingsbol) en den verderen groei der reeds gevormde rokken is ruimte noodig, welke gedeeltelijk verkregen wordt door hot medegroeien

') „Snijden" en „boren" zijn de twee kunstbewerkingen, waardoor men de liollen vermeerdert. Bij de eerste wijze worden radiale insnijdingen gemaakt over de benedenhelft van den bid ; bij de tweede wordt de basis uitgehold, zóodat een komvormige holte ontstaat; de adventiefknoppen (bollen) ontstaan aan de wondranden der aangesneden rokken (fig. 1 en 2). L>e gesneden bollen leveren minder-, doch sneller-zich-ontwikkelende bolletjes, de geboorde meerdere en fraaiere van vorm, die' echter gemiddeld twee jaren bij de gesnedene ten achter blijven.