is toegevoegd aan uw favorieten.

Vaste planten voor den tuin

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt vrij hoog. Men aanbeveling verdienen «.Ie laaggroeiende D. caucasicum die reeds in April bloeit, en de grootbloemige middelhooge D. plantagineum excelsum (fig. 24) die spoedig daarna volgt.

6. Filices of varens kunnen een sieraad onzer tuinen en parken uitmaken. We treffen ze bijna zonder uitzondering op beschaduwde plaatsen aan. Ze houden over 't algemeen van een vochtigen, huniusrijken met blad en turfmolm vermengden bodem. Al onze inlandsche varens laten zich met weinig moeite in onze tuinen overbrengen, alleen de Adelaarsvaren Pteris aquilina, maakt hierop eene uitzondering, deze laat zich niet verplanten. Men kan deze soort alleen door het uitstrooien van sporen, die aan de onderzijde der bladeren zitten, verkrijgen. Als ze zich eenmaal in een boschdeel heeft gevestigd, zal dit spoedig geheel door haar worden ingenomen. Behalve de inlandsche soorten, zijn er een zeer groot aantal variëteiten met veelal prachtig gekroesde of zeer diep ingesneden bladeren, die door kweekers kunnen worden geleverd. Deze zijn over 't algemeen echter vrii teer, moeten des winters worden beschut, terwijl ze zich zeer traag vergrooten. Het zijn daarom slechts planten voor den verzamelaar. We zullen hier slechts eenige der sterkste soorten aangeven.

Adiantum pedatum., Voetvormig venushaar, 50 70 c.M. Een der fraaiste varens, die onder bedekking buiten kan overwinteren. Moet niet te droog staan, houdt van turfmolm.

Athyrium Filix femina, Wijfjesvaren, 60 80 c.M., hoog groeiend soort, met lichtgroene, dubbel geveerde bladeren, welke aan de onderzijde, langwerpige of haakvormige sporehoopjes vormen. Van deze soort bestaan vele fraaie variëteiten.

Blechnum spicant, Dubbelloof. Komt veelal in donkere slootwallen voor. Vormt 20 40 c.M. lange, vmdeelige, metaalachtige bladeren, die deels op den grond liggen of naar beneden hangen, deels rechtop staan. Deze laatste zijn zeer fijn verdeeld en dragen de sporen vruchtbare bladeren

Osmunda regalis, Koningsvaren, 1 2 M. Als deze werkelijk koninklijke varen een belommerde plaats verkrijgt, bij 't water, kan zij zich tot bijzonder zware exemplaren ontwikkelen.

De sporen zitten in pluimen, die als vervormde bladeren moeten beschouwd worden, men kan dit o. a. zeer duidelijk zien bij de 0. Claytoniana, waarvan de pluimen slechts half vervormd zijn. De bladeren van Osmunda zijn dubbelgevind.

Polypodium vulgare, Boomvaren. Aldus genoemd omdat zij gaarne op boomstronken groeien, 15—30 c.M. Zeer algemeen voorkomende, kleine varen, die uiterst geschikt is ter bekleeding van wallen, gevormd uit boomstronken, of wel van oude muren. De P. vulgare vormt dikke zoden, die den vezelgrond (peat), voor Orchideeëncultuur, leveren. Ze heeft langwerpige, vindeelige bladeren.

Polystichum Filix mas. Mannetjesvaren, 60 c.M. 1 M. Sterke Niervaren met geveerde, donkergroene bladeren, samengesteld uit diep veerdeelige blaadjes. Al de niervarens zijn gemakkelijk te herkennen aan de niervormige dekvliesjes, die de sporehoopjes bedekken. Ook van deze soort bestaan talrijke variëteiten ; voldoende sterk is o. a. de P. P. mas cristatum met min of meer gekroesde bladeren. P. spinulosum is een veel voorkomende inlandsche soort met donkergroene, dubbel tot drievoudig gevinde, min of meer gedeukte bladeren.