is toegevoegd aan je favorieten.

De paddenstoelen van Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

roest bruin, droog, op hot laatst kleverig, 6 a 12 cM. breed.

De steel is zeer dik, buikig, dikwijls geel of roodachtiggeel aan den top, verder bleek rood, vermiljoenrood, versierd met een netwerk of door donkerder rood gespikkeld, tot 12 cM. lang.

De buisjes zijn lang, vrij, geel of groenachtig-geel, kort bij den rand, alsook bij den steel waaromheen zij ingedrukt zijn.

De poriën zijn rond, oranje of vermiljoenrood en door wrijving of drukking blauw of zwartachtig wordend.

Het vleesch is week, geel, wordt onmiddelijk groen of blauw wanneer men het breekt. De reuk is onaangenaam, jonge exemplaren smaken niet slecht, doch ouderen walglijk.

Evenals „satanas" is deze zwam zeer giftig, men vindt haar gedurende zomer en herfst vrij algemeen in bosschen en grasvelden.

Van deze soort bestaan twee variëteiten als :

Rubeolarius waarvan de steel netvormig geaderd en het vleesch rood of roodachtig onder de buisjes is.

Erythropus waarvan de steel zwartachtig-purperkleurig gestippeld en liet vleesch als dat van „rubeotarius" gekleurd is.

25. B. purpureus (Fr.) afgeleid van purpureus of purper.

De hoed is bol of bol-vlak, een weinig fluweelachtig, meer of minder donker-purperrood, de rand geelachtig of donkeroranje, dof, droog, 6 a 8 cM. breed.

De steel is stevig, dik, geel onder de buisjes, lager wordt de kleur meer en meer donkerpurper, het onderste gedeelte is donker-purperbruin, hij is niet netvormig geaderd maar wel met purperkleurige schubben bedekt.

De poriën zijn klein, onregelmatig, rood of purper-oranjeachtig.

De buisjes zijn geelachtig of geel-groenachtig, vrij, om den steel ruimte latend.

Het vleesch is geel, het kleurt zich snel blauw of blauwgroenachtig wanneer het aan de lucht wordt blootgesteld, wordt dan vuil oranje en op het laatst vuil geel, dat van