Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de weigever, het vergankelijke van kennis en vaardigheid beseffend, als hoofddoel der schoolopvoeding, de ontwikkeling der faculteiten van hot bewijstzijn. en de aankweeking van lust en liefde voor de gewone maatschappelijke en de hoogere, Christelijke deugden heeft aangewezen. Hoe zal dat doel te bereiken zijn, als men zich tevreden wil stellen met een beetje lezen, schrijven en rekenen? Als men de kinderen wil oefenen: in het beheerschen hunner opmerkzaamheid, in het opnemen van nieuwe kennis, in het laten werken hunner verbeelding, in het vergelijken, combineeren en vinden; als men hun vatbaarheid voor aandoeningen wil ontwikkelen, als men hun leer- en denklust, schoonheids- en goedheidslust wil doen ervaren, hoe zal men dan daarin slagen, als men hun horizon niet verruimt door wat kennis van de natuur en van de groote menschenwereld, om daar de stof en de elementen voor die oefening van den geest aan te kunnen ontleenen? En wat zal er van de zedelijke vorming terechtkomen, zonder die uitbreiding der leerstof? Te recht wenscht men, dat dit deel der schoolopvoeding niet verwaarloosd worde, maar dan mag men zich ook wel eens voorstellen, wat er wel noodig is, om in dit opzicht iets redelijks te bereiken. Als men de school tot een armoedige leerinrichting wil verlagen, verspeelt men zijn recht om wat hoogers van haar te eischen. Want morecle verheffing, voorzoover die bij jonge kinderen mogelijk is, gaat niet van een paar afzonderlijke leeruurtjes uit. Zij kan alleen de resultante zijn van deugdelijk onderwijs en deugdelijke tucht, zij is de zich op natuurlijke wijze ontwikkelende bloesem en vrucht van een gezonden en krachligen boom. Die verheffing begint al, wanneer de school de nuttige kundigheden en vaardigheden aanbrengt, die wij straks in vogelvlucht hebben overzien, en die de kinderen in de toekomst, hetzij door onmiddellijke toepassing, hetzij als fundament van later

Sluiten