is toegevoegd aan uw favorieten.

Strijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kan ook goed met Bles, voor jou is het geen weer."

Elise was tusschen de beschuttende huizen uit en in open veld.

Met loeiende huilen kwamen de windstooten van verre aangezet en vaagden over de kale vlakte. Een enkel ijl beukenstammetje, hier en daar, zwiepte onder de vlaag.

Elise zette zich schuin voorover, als vooruitborend, tegen den wind op, die haar terug wou duwen.

Haar borst gloeide van het zwoegen, haar hoed rukte met de pennen aan het los fladderende haar. Maar voort.... voort. Het kon te laat worden. De dokter woonde zoo ver.

Daar heel in de verte een klein geel schemertje, het lichte raam van Marks. Daar wist ze hen zitten, bij het zieke kind, den vader en de moeder. Ze voelde, alsof het van hen afgescheurd moest worden, alsof er levende draden liepen tusschen hen en hun kind. Het afsnijden van wat leeft doet pijn en dan bloedt het, op de doorsnee, daar vloeit levenssap weg.

Dat voelde Elise en het lichte schijnseltje was als de druk van sporen in het vleesch, het zette aan.

Een lang brok storm lag tusschen haar en het lichtje. Zou haar zwakke vrouwenkracht uitduren? Was ze maar pootig en gehard als de plompe dorpsvrouwen.

Maar ze vorderde, traag en soms omdraaiend om naar lucht te snakken, maar het licht was sterker, h t trok haar voort. Het paadje kronkelde, soms stolperde

Strijd 12