is toegevoegd aan uw favorieten.

Christelijk sociale studiën

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hier schijnt ons de zelfzucht, althans de utiliteit aan het woord. Er kan een hooger standpunt worden ingenomen: dit, dat nieuwe toestanden nieuwe vormen vragen en voor deze nieuwe toestanden gezocht moet worden naar de zedelijke en door God gewilde ordeningen.

De vakorganisatie moet dus eerst bedoelen: een orgaan van samenspreking te scheppen tusschen patroons en arbeiders. Dat dit in de groote, soms reusachtige bedrijven noodig is, spreekt vanzelf. Hoe zou daar de patroon nog het persoonlijk contact met zyn talrijke werklieden kunnen hebben, dat vroeger in zoo kleine bedrijven de verhouding aartsvaderlijk maakte. Doch een soortgelijk orgaan is ook voor de kleinere bedrijven noodig. Want wat in den eenen kring leeft, doet zich in den anderen gevoelen; de arbeiders zoeken elkander, leven in elkanders gedachtenwereld, verstaan het best elkanders overleggingen.

Daar is de weg gebaand — bij gebrek aan geregeld overleg — voor geregeld voorkomend misverstand en telkens opkomende bitterheid, terwijl samenspreking het misverstand kon hebben weggenomen, kon hebben gewezen op verzuim, dat geheel onwillekeurig gepleegd is. Trouwens de moeiten ontstaan niet altoos tusschen de patroons en de arbeiders, maar even dikwijls met de opzichters en bazen, die noch tot den kring der arbeiders noch tot dien der patroons behooren. In alle geval: «overleg is het halve werk«.

En de vakorganisatie moet niet worden aanvaard door patroons en arbeiders, omdat men er niet meer buiten kan, dus noodgedwongen er voor zwicht, maar omdat hier een normale, gezonde organisatie uit het leven is opgekomen.