is toegevoegd aan uw favorieten.

De verloofden

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan te ontwennen. Evenzoo deed zij met die vroegere bekoorlijke droomen harer verbeelding. Zij waren al te tegenstrijdig met de treurige wezenlijkheid en de misschien nog treuriger toekomst. De eenige wijkplaats, welke Geertruida zich nu zag overgelaten en waar zij hopen kon rust te vinden voor haar hart en misschien ontwijking van de bedreigde straf, was de vrijwillige keuze van hetgeen zij juist zoo vast besloten had nooit te zullen kiezen, het klooster. Zulk een besluit (daaraan behoefde zij niet te twijfelen) zou in eens alles goed gemaakt, alle schuld uitgewischt, aller harten met haar verzoend hebben. Het is waar, tegen deze voorstelling ver ïeven zich de voorstellingen van een geheelen leeftijd; maar de tijden waren verander , en in den jammerpoel waarin Geertruida thans was nedergezonken, en in vergelijking met hetgeen zij misschien te vreezen had, kwam het leven van eene geëerde, gevierde en door allen die haar omringden gehoorzaamde non haar voor als een paradijs. Dit gevoel werd nog versterkt door twee andere gewaarwordingen van zeer verschillenden aard, te weten door het berouw over haren misstap en eene overdrevene, tot het bijgeloovige overhellende godsdienstigheid, en door <je verbittering over het gedrag van hare kamenier, die dikwijls, om de waarheid te zeggen, door haar zelve gesard, zich wreekte door haar bang te maken met de gedreigde straf en beschaamd door haar haren misstap te verwijten, terwijl zij, als zij wat vredelievender gezind was, een toon aannam van genadige bescherming, nog hatelijker dan de beleediging zelve. In zulke oogenblikken werd het verlangen van Geertruida om zich te redden uit de klauwen van dit gehate schepsel, en om zich boven haren toorn, maar vooral boven haar medelijden te verheffen, zoo levendig, dat alles wat daartoe zou kunnen leiden haar gewenscht en aangenaam voorkwam. Ten einde van vier of vijf lange dagen, gebeurde het eindelijk op zekeren morgen dat Geertruida, gloeiend van verontwaardiging over een dier hatelijke trekken van hare bewaakster, naar een hoek van de kamer vloog, het gelaat met de beide handen bedekt en brullende van woede. Zij gevoelde op dit oogenblik een onwederstaanbaar verlangen om andere gelaatstrekken te zle^> andere woorden te hooren, eene andere behandeling te ondervinden. Zij dacht aan haren vader, aan hare familie; maar bij deze gedachte deinsde hare verbeelding verschrikt terug. Doch het hing immers van haar zelve af om in hen vrienden te vinden; en dit denkbeeld vervulde haar met eene onbeschrijfelijke vreugde, waarbij zich opnieuw het berouw voegde over haren misstap, en het ver angen om er voor te boeten. Niet dat haar wil nu volkomen op dit besluit gevestigd was, maar zeker was de noodzakelijkheid er van haar nooit zoo dringend voorgekomen. Zij wendde zich haastig om, ging naar de tafel, nam diezelfde noodlottige pen in de hand, die de oorzaak was van al dezen jammer, en schreef aan haren vader een brief vol ootmoed en geestdrift, vol droefheid en hoop, smeekende om vergiffenis en betuigende onvoorwaardelijk bereid te zijn alles te doen, wat hem behagen mocht, die haar deze vergiffenis schenken kon.

X.

Er zijn oogenblikken, vooral in den jeugdigen leeftijd, waarin men zoo gestemd is dat elk, die er van gebruik wil maken, met weinig moeite alles van ons verkrijgen kan, wat maar eenigszins den schijn heeft van eene weldaad of eene opoffering, gelijk eene nauwelijks geopende bloem gereed is hare geuren te schenken aan het eerste windje dat haar aanwaait. Deze oogenblikken, welke men met beschroomden eerbied behoorde te bewonderen, zijn juist die van welke het listige eigenbelang het ijverigst zich bedient, om een onbedreven hart te vangen en een argeloozen wil voor eeuwig te binden aan hetgeen eene bron moet worden van eeuwigen spijt en eeuwig berouw.