Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Fig. 108. —

Toga voor Advocaat

Maten.

Bovenwijdte. ... 96 cM. Onderwijdte. ... 90 „ Rugl jreedte. . . . 19 „

Lange taillelengte. . 48 cM Geheele lengte. . . 156 „ Halswijdte . . . . 46 „

Opstelling.

Trek een winkelhaak A—B en A—C.

Van A tot A 1 is V. = 8 cM.

Van A lot D is V4 + V6 = '20 cM.

Van A tot C is 48 cM.

E is de helft van D—C (voor de armwijdte).

F is de helft van E—C (halspunt).

Van F tot G is dezelfde afstand als A—A 1.

De lijn G—A geeft punt H aan.

Van A tot 1 is 2/3 = 52 eM. (armsgatdiepte).

Van A tot J is 48 cM. (lange laillelcngle).

Van A tot B is 156 cM. (geheele lengte).

De bekomen punten doortrekken als volgt.

Van 1) tot M. Van E tot N. Van F lot O en van C tot P. Van I tol Q. Van J tot R en van B tot BI. De lijn H—P geeft de schouderhoogte van den rug aan.

De schouderbreedte is 1 cM. buiten de lijn D—M. Punt V is de helft van N—M.

Van W tot T is 4 cM. De zijnaad van den rug is een rechte lijn van V tot T.

Ter breedte van den rug aan den hals van A 1 tot A 2 worden pijpplooien gemaakt, waarvoor van A tot K V2 = 24 cM. stof wordt aangesneden. De te plooien ruimte is dus in 't geheel 48 cM. De lijn K tot K 1 is de dichte kant van de slof. De afstand van A tot L is 5 en van K lot K 2 is 4 cM. De lengle van de pijpplooien is V3 = 16 cM. Teeken de omtrekken van den rug als het Fig. De afstand D tot D 1 is Vs = 6 cM. Trek van af D 1 tot G 1 een haaksche lijn welke dient voor schouderhoogte

van het voorpand en halsdiepte. Meet de schouderlengte van den rug en geef die zelfde lengte aan den schouder van het voorpand van af 1 cM. boven punt F tot X.

De halsholling is ongeveer V3 van C—Y.

De halswijdle is van af G lot G I '25 cM.

De wijdte van het voorpand is tot aan de lijn A—B, punt U, 5 cM. boven punt B, van waar een rechte lijn wordt getrokken tot punt V. De wijdte van het armsgat is 2 cM. binnen de lijn E—N. De halve borstwijdte is van 1 tot Q 48+ 12 = 60 cM.

Plaats den winkelhaak op P en Q en geef punt S aan. Van S lot B is 5 cM.

Teeken nu de halve borsllijn van G 1 door () en B tot BI. Aan het linkerpand wordt van af deze lijn 2 en aan het rechtpand 6 cM. aangesneden, waardoor de knoopen op de halve borstlijn komen te staan.

De afstand van knoop tot knoop is 4 cM.

Het voorpand van af B 1 5 cM. verlengen.

De breedte van den kraag is 5 cM. De opening van het begin van den kraag tot G 1 is 5 cM.

In den zijnaad wordt een znk geplaatst met een ingang van ongeveer 20 cM.

De loga voor den Rabbijn is hetzelfde, behalve dat de zakken op de boogie als de leekening aangeeft worden ingeknipt en geboord met een 2 cM. breed bandlUiweel.

De voorkant is voor de Babbijntoga met gulpsluiting, dus geen zichtbare knoopen.