is toegevoegd aan uw favorieten.

Bijdrage tot de kennis der cultures in Suriname

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Terecht heeft men begrepen, dat de vette alluviale kuststreek zich niet voor tabakscultuur leent, en dat hiervoor het hoogere land in aanmerking" dient te komen, waar in de nabijheid van het gebergte rijke leemgronden, afgewisseld met zandterreinen eene groote verspreiding hebben.

Na lang zoeken werd Worsteling Jakobs, een weinig beneden Phaëdra aan de Surinamerivier, gekozen — het punt, waar de eerste klippen in de rivier zich vertoonen.

De samenstelling dezer klippen en van de gesteenten, die nog hoogerop ontbloot zijn, verklaart den oorsprong van de gronden, die in dit riviergedeelte de oevers vormen. Daar het materiaal grootendeels ontleend is aan granietgesteenten van verschillende samenstelling, nu eens fijn-, dan weêr grofkorrelig, zal klei, leem en zand in rijke afwisseling den voet van deze granietheuvels vormen. Waar alleen het verweringsproduct van het veldspaatbestanddeel der granieten tot afzetting gekomen is, zal klei of zuivere porceleinaarde den bodem samenstellen ; waar het kwartsbestanddeel van het granietgesteente werd neêrgelegd, zullen wij zandgronden, zoogenaamde savannes aantreffen ; waar de beide producten gezamenlijk bezonken, zullen meer of minder zandhoudende leemgronden het onderliggende granietgesteente bedekken. Een groote verscheidenheid van gronden is dus het kenmerk van het overgangsterrein tot het bergland.

De bodem te Worsteling Jakobs heeft niet aan de verwachtingen beantwoord, daar de ondergrond te steenachtig bleek te zijn, en de tabaksplanten, die een bodem verkiezen, waarin zij haar diep den grond indringend wortelstelsel tot ontwikkeling kunnen brengen, in den drogen tijd te veel gevaar liepen te verdrogen en in den regentijd door te veel vocht in den bovengrond schade leden.

Nieuwe onderzoekingen werden daarop ingesteld op andere plaatsen langs de Surinamerivier en op het terrein ten noorden van Bergendal tusschen laatstgenoemde rivier en de Saramacca. Hoewel de toenmalige Directeur der ondernemino-

ö ö'

de Heer Donath, aan de zijde van de Saramacca een voor tabakscultuur geschikt terrein meende gevonden te hebben, werd, wellicht wegens de betere bereikbaarheid, aan een stuk grond aan de Cassiporakreek boven de Jodensavanne de voorkeur gegeven.

Het terrein ligt een uur roeiens van de monding dezer kreek verwijderd, waar wij, na des morgens om 6 uur per Gouvernementsstoombarkas van Domburg-,

o"

het station van den Commissaris van het District Boven-Suriname, te zijn vertrokken, en na een kijkje te hebben genomen op Groot-Chatillon, het établissement voor melaatschen, op 17 Augustus te 11 uur aankwamen.

Ongeveer bij Carolina, het politiestation voor de uit de binnenlanden komende goudzoekers, verlaat men het lage alluviale terrein en treedt men het savannegebied

o

binnen, dat den overgang vormt tot het bergterrein. De lage zandoever van de Jodensavanne wordt hier door een steilen leemoever, die als een 4—5 M. hooge muur uit de rivier oprijst, gevolgd. Deze herhaalde afwisseling van zand en leem is een, in den middenloop van alle Surinaamsche stroomen wederkeerend, verschijnsel. In talrijke kronkelingen nemen zij door dit gebied haren weg, telkens genoodzaakt van richting te veranderen door in den weg tredende rotsmassa's, die bij laag water spoedig na