is toegevoegd aan je favorieten.

De belangrijkste ziekten van kool in Noord-Holland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en proeven met zaad van planten, bij welke de kanker in den bloeistengel was doorgedrongen, werden in 1904 door Ritzema Bos en in 1905 door mij genomen; het gelukte ons niet er Phoma oleracea op aan te toonen.

De kankerzwam blijft als mycelium in uitdrogende kankerstronken leven. Ik heb reinculturen, bij de temperatuur van de buitenlucht, van af begin Augustus 1905, laten indrogen. In Juni 1906 was het mycelium nog in leven en virulent voor „rijpe" kool. De vruchtlichamen vond ik ook midden in den winter op koolstronken aan den Langendijk.

Phoma oleracea vond ik op door maden aangetaste kool in Tiel en in Maastricht, terwijl zij op dito stronken in Wageningen, Friesland en Groningen niet werd gevonden. Op de terreinen van het Instituut voor Phytopathologie kwam de zwam niet voor, toen ik er mijn proeven begon. Allescher geeft op, dat Phoma oleracea op droge stengels van Brassica oleracea, en van andere Crucifeeren in Duitschland, Oostenrijk, Zwitserland en Frankrijk leeft. Delacroix, Prillieux en Ritzema Bos hadden haar alleen op levende planten gevonden.

Ten slotte de vraag: in hoeverre is Phoma oleracea pathogeen voor andere gewassen. Allescher zegt, dat zij ook op andere verdroogde Crucifeeren gevonden werd. Voor proefnemingen kon ik met levende reserveorganen en vruchten van verschillende gewassen volstaan, omdat de zwam verwacht kon worden alleen zulke rustende organen aan te tasten. Steriel uitgesneden stukken van koolrapen, mierikswortel, bieten, penen, aardappels, selderijknollen, uien en appels werden in Petri-schalen met de zwam bedeeld. Na driemaal 24 uur was de fungus alleen in de stukken koolraap en mierikswortel onder sterke zwartkleuring een eindweegs binnengedrongen, op dezelfde wijze als zij door de snijvlakte van bewaarkool binnendringt. Eenige dagen later was ook bij de niet-Crucifeeren eenige inwerking op het substraat te bemerken, maar deze was zoo gering, dat men mag aannemen, dat Phoma oleracea alleen voor Crucifeeren onder zekere omstandigheden een parasiet kan zijn.