is toegevoegd aan je favorieten.

Cursus in de electrotechniek voor de cadetten der artillerie en genie

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan de uiteinden der solenoïde is een der hoeken «„ of «, 00° en dus is aldaar

A' = 2t m n i.

Drukt men de stroomsterkte in Ampères uit, zoo wordt in 't algemeen

A" = 0,4t m n i (cos «0 — cos «,).

De veldsterkte wordt daarom in het algemeen :

F = 0,4x n i (cos «0 — cos <*,).

Binnen de solenoïde is zij met groote benadering:

F = 0,4a" n i

en aan de uiteinden

F = 0,2a- n i.

De solenoïde gedraagt zich derhalve als een magneet, die onvolkomen gemagnetiseerd is en waarvan de magnetiseerings-intensiteit Dij de neutrale doorsnede bepaald wordt door:

7 = 0,1 n i.

Deze waarde heet de magnetiseerende kraclil der solenoïde, ni wordt aangegeven als het aantal Ampère-windingen.

Men kan door de proef gemakkelijk aantoonen dat de solenoïde zich gedraagt als een magneet, door de krachtlijnen door middel van ijzervijlsel te voorschijn te roepén.

Men kan bewijzen dat de werking eener omwinding op de pool in geheel overeenkomt met die van een magnetisch blad, waarvan de dikte gelijk is aan die der omwinding, waarvan de omtrek gevormd wordt door de draadomwinding en waarop aan iedere zijde een magnetische vlakte-dichtheid a is, gelijk aan de waarde der stroomsterkte, uitgedrukt in C.G.S.-eenheden. Op die wijze blijkt nog meer de overeenkomst tusschen solenoïde en magneet.

Wanneer wij in een magnetisch veld, ter plaatse waar de veldsterkte gelijk is aan F, een stuk ijzer brengen wordt dit tot magneet, en zal het een zekere magnetiseerings-intensiteit 1 verkrijgen. Zooals duidelijk is, is I afhankelijk van F, hetgeen wij uitdrukken door:

l — f [F)-