is toegevoegd aan je favorieten.

Eindexamens der Hoogere Burgerscholen, 1866-1907

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

K.. en 33.

1907. No. 3.

De grootte eener kracht is evenredig aan de versnelling, die zij aan een zelfde lichaam mededeelt. De massa van een lichaam is evenredig met de verhouding tusschen eene daarop werkende kracht en de hierdoor aan het lichaam gegeven versnelling, m.a.w. om eene bepaalde versnelling mede te deelen aan een voorwerp, dat twee- of driemaal zoo groote massa heeft als een ander, is eene twee- of driemaal zoo groote kracht noodig als voor het laatstgenoemde. De kracht is alzoo evenredig aan de massa m van het lichaam en aan de versnelling a, die zij daaraan mededeelt. Als krachtseenheid geldt de kracht, die aan de massa-eenheid de eenheid van versnelling geeft. Om eene versnelling van a eenheden te geven aan de eenheid van massa is eene a maal zoo groote kracht noodig dus eene kracht = a X 1; om deze versnelling a mede te deelen aan eene massa van /;/ eenheden is eene m maal zoo groote kracht noodig als de laatstgenoemde, alzoo m X a krachtseenheden; stellen wij deze kracht voor door Ar, dan is:

k = m X a-

Deze vergelijking dient tot grondslag voor het meten van krachten.

In het dagelijksch leven geldt het gewicht van een kilogram als krachts-eenheid; dit gewicht en de onderdeelen ervan kunnen, zooals wij zien zullen, door een krachtmeter of een weegwerktuig gemakkelijk worden bepaald. Het gewicht van een kilogram is echter niet overal even groot; om de daarmede vergeleken kracht nauwkeurig te bepalen, moet men weten hoe groot op de plaats der meting de versnelling der zwaartekracht is. Voor het gewone gebruik in het dagelijksch leven is de daaruit volgende onzekerheid niet hinderlijk.

Bij nauwkeurige onderzoekingen kan deze onbepaaldheid echter niet worden gedoogd. Daarom worden hierbij de krachten gemeten naar de hoeveelheden beweging, die zij in de tijdseenheid volbrengen. Als eenheid van kracht is hierbij aangenomen de kracht, die in de secunde aan de massa van een gram eene snelheid van een centimeter in de secunde mededeelt. Deze krachtseenheid wordt de dyne genoemd.

De eerstgenoemde wijze van meting, die berust op een verschijnsel van evenwicht wordt de statische, de tweede de dynamische genoemd. De krachtseenheden zelve bij de statische en de dynamische metingswijze gebruikt, kunnen worden aangeduid door de namen: zwaarte-eenlieid voor de eerste, en bewegings-eenheid voor de tweede.

Om de verhouding der zwaarte- en bewegingseenheden op eene gegevene plaats te bepalen, moet de versnelling van dan vrijen val voor die plaats bekend zijn. Zij is in Nederland, ter hoogte van het oppervlak der zee 9.812 meter. De zwaarte van een kilogram geeft dus in de secunde aan eene massa van 1000 gram eene snelheid van 9.811 centimeter, dat is 981.2 zoo groote versnelling als aan de massa van 1 gram wordt gegeven door de kracht van 1 dyne. De zwaarte van een kilogram is dus 981-2 X 1000 dynen.

Het millioenvoud eener dyne wordt een megadyne genoemd.

b. Een lichaam beweegt zich, gedurende zekeren tijd, zonder wrij-