is toegevoegd aan je favorieten.

Acht eeuwen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ik zoude die bescherming niet lang behoeven," riep Neha; „want dien men oprecht bemint, volgt men spoedig in den dood! — Doch laat ons van iets anders spreken, ik gevoel een ijskoude rilling bij het denkbeeld, dat Lupus zoude omkomen en...."

„Welnu," sprak Charietto, „ik wenschte alleen te weten, of het u grieven zoude, bitter hevig grieven. ... doch reeds ruischt de. nachtwind door het geboomte, nogmaals vaarwel, Lupus! slaap zacht in Neha's armen...

Dit zeggende, stond Charietto op, en na allen gegroet te hebben, verwijderde hij zich met haastige schreden.

HOOFDSTUK VIII.

Of Keizer Joviaan nog steeds in het leger vertoefde , of wel, hetgeen mij het waarschijnlijkst voorkomt, hetzelve na het in het eerste gedeelte van deze afdeeling vermelde, verliet, vind ik niet opgeteekend. Zonder verder hierover uit te weiden, of in nader onderzoek te willen treden, meld ik hier alleen, dat het bevel over de ruiterij aan den overste Jovinius werd opgedragen, die niet verre van Scarponna zijn legertenten had opgeslagen.

De overste zat in den nacht, die op denzelfden avond, waarin hetgeen wij zoo even gemeld hebben voorviel, eenzaam in zijn tent met den hand onder het hoofd in diep gepeins verzonken, en nam van tijd tot