Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hetwelk te behouden, onze vaderen zoo dikwerf en zoo zwaar gestreden hebben."

Hier hield de spreker eenige oogenblikken stil ten einde de uitwerking, welke zijn woorden op de vergadering te weeg gebracht hadden, gade te slaan. Aller oogen fonkelden, elke gelaatstrtk teekende strijdlust en haat; met gesloten vuisten eu hijgenden boezem, bewijzen van hevige aandoening, zaten zij daar, en als uit een mond riepen zij: «Gundebald! wat zullen wij doen ?"

«Wat gij doen zult ?" riep hij; «wat gij doen ssult? — de oorzaak van de rampen, die ons treffen zullen, te vernietigen, ziedaar onze taak. — Niet verre van hier hebben zij het gewaagd hun tenten op te slaan, dat elk onzer zijn onderhoorigen wapene en zich niet zijn vrienden vereenige, en dat alzoo, voordat morgen de maan aan den hemel schijnt, zij allen vernietigd zijn en Friesland behouden zij!"

„Op morgen dan!"

„Ja, zoodra de zon haar hoogste standpunt bereikt heeft, vallen wij gezamenlijk in hun legerplaats, dooden hen allen en vernietigen alles, wat hun toebehoort, opdat er niets, noch van hen, noch van den valschen God, dien zij prediken, op Frieslands bodem overblijve.

,/Maar ik heb vernomen,1' sprak een ander, «ik heb vernomen, dat uw broeder zich onder het getal der Christenen bevindt, wij kernien hem allen, zullen wij hem sparen?"

„Hem sparen! neen, hij deele in het lot der overigen, mijn Vaderland is mij liever dan mijn broeder," riep Gundebald, en veinsde tevens aangedaan te zijn, „hij is mijn broeder, helaas! dat hij zulks is; doch de