is toegevoegd aan je favorieten.

In dagen van strijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te vinden? \erstandiger zou het geweest zijn, de bondgenooten dadelijk met kracht te bestrijden en hen nog in hun opkomst te onderdrukken; edeler, zich bij hun zaak te voegen en, door het rechtmatige in hun eischen te erkennen, hen voor het stellen van onrechtmatige vorderingen te behoeden; kon de landvoogdes echter óen van die beide wegen inslaan? De gebiedster, die een geest vol mannelijke kracht, aan vrouwelijke reinheid gepaard, bezeten had, zou met vaste hand die moeielijkheden uit den weg hebben kunnen luimen door te doen wat billijkheid en waarheid wilden, maar in welk een school zou Margareta die eenvoudige grootheid geleerd hebbenhoe kon zij, die altijd in list geoefend was, plotseling begrijpen, dat haar eenige uitkomst in volkomen oprechtheid was gelegen? Wat de besten van haar geslacht zouden gedaan hebben, mocht het een maatstaf zijn voor haar, die door opvoeding, positie en natuui lijke gaven nooit tot die besten kon behoorcn? was zij van haar standpunt uit niet te verschoonen, toen het verzoekschrift der edelen haar den stroom van tranen ontlokte, waarin zich het gevoel der machteloosheid zoo onstaatkundig te kennen gaf? Zij kon de kracht der wapenen inroepen, en velen laakten haar wijl zij zulks niet deed, doch de soldaten, waarvan zij tegen de bondgenooten gebruik moest maken, stonden veelal juist onder het bevel dierzelfde mannen of onder dat hunner heimelijke beschermers en vrienden; er moest een rechtmatige vrees in haar borst wonen, dat zij met deze troepen een zeer gevaarlijke hulp inriep. Een bede om onderstand uit Spanje zou haar zeker in 't bezit van vertrouwbaarder manschappen gesteld hebben, doch, verklaarde zij zich terstond als vijand der edelen, dan zouden dezen, gedurende den langen tijd, die met het uitrusten en vervoeren dier troepen verloopen moest, in Duitschland en onder de Hugenoten veel sneller een leger kunnen werven; zij zouden den strijd beginnen eer de bijstand uit Spanje gekomen was, en de verantwoordelijkheid van een oorlog durfde Margareta niet op zich nemen. Kon zij dus de stoute taal, die een deel van den raad haar gaarne had zien bezigen, niet tegen de smeekelingen voeren, evenmin kon zij hun het beslist gunstige antwoord geven, dat een ander deel en de edelen zelf verlangden. Iets, wat als een toestemming op kettersche eischen luidde, zou men in Madrid nooit vergeven hebben, en de landvoogdes kende geen verschrikkelijker denkbeeld dan de koninklijke ongenade. Haar eigen onverdlangzaam Katholicisme deed haar met de godsdienstige tirannie, die te Segovia en in t Escuriaal gepredikt werd, instemmen, maar waar de taal van haar verstand, en naar we hopen ook van haar hart, de zachter maatregelen, die men voorsloeg, billijkte, was een