is toegevoegd aan je favorieten.

In dagen van strijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»Gods hemel is voor allen open," antwoordde zuster Klara, en iets van liet licht des hemels rustte op haar gelaat; »ik heb mijn geloof lief zooals iemand het lief kan hebben, maar er moet ook buiten de kerk heil te vinden zijn. Al die duizenden, die thans uit haar midden gaan, zijn geen verworpenen; zij zoeken God even vurig als wij, en zouden ze hem dan minder vinden? Neen, hij is met hen zooals hij met allen is, die in zijn geest leven; want hij wil gekend worden in het hart, niet in woorden, die lang vervlogen zijn als de stem onzer daden nog machtig spreekt. Voor het aangezicht van den Heer zijn er geen ketters; ook uw zoon is voor het oog van den Alziende een sterveling, die dwaalde, gelijk alle op de aarde geborenen, maar hij is geen van wien de liefde zich mag afkeeren, geen over wien de staf der veroordeeling gebroken is."

De graaf ging onrustig op en neer. »Ik had hem lief," begon hij eindelijk; »zoo ik hem niet zoon noemde, ik gaf hem al de liefde van een vader, en hoe vergold hij mij? Uij den vijand sloot hij zich aan, mijn genegenheid verzaakte hij, en den arm, waarop ik in mijn smart steunen wilde, heft hij tegen mij op. Hij wist dat mijn hart zou breken, als ik de zegepraal der rebellie beleven moest, en toch ging hij heen om voor haar te strijden. Neen, ik wil hem niet weerzien, ik wil eenzaam blijven; beter eenzaam dan met hèm, die wat mij het heiligst is wil te gronde richten."

»Hij zal niet terugkeeren, zoolang de vertwijfeling in zijn borst woont, maar gij kunt die wegnemen, gij kunt hem het vertrouwen, dat hij verloor, hergeven; leer hem weder aan de menschen, die haar dienen, gelooven, en zijn geloof aan de kerk zal mede ontwaken. Toon hem, dat ook het gebed der Katholieken kracht tot daden van opoffering geeft, sterk als die van de nieuwe leer, die meent te mogen zeggen: gij zijt oud geworden, wijk thans voor mij, zooals men eens voor u geweken is. Viale, hij verliet u, omdat hij den vader niet in u inocht liefhebben, toon u als vader en hij zal terugkeeren."

»Ik kun niet, ik kan niet!" riep de ongelukkige man hevig, en een gevoel van wanhoop greep de non bij het zien dier onverzettelijkheid aan. Sprak dan in zijn gemoed geen stem ter gunste vanEdward? zag hij alleen diens dwaling? Viale begreep haar zwijgen. »Ik weet wat gij denkt," zeide hij weemoedig, »ik waarlijk heb geen recht om hard te zijn, ik die zooveel geluk gewetenloos verspeelde, zooveel liefde met ondank loonde. O, Agnete, denk niet dat ik het vergeten heb; leed ik niet voor mijn schuld zoo zwaar als ooit iemand geleden heeft? en vergeet men de wond, wier litteeken het oog iederen dag pijnigt? Zie mij aan; is dat het gelaat van iemand, die niet weet

IK DAGKN VAK STKIJD. III. } 'J