Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Koning kan de Kamers ontbinden, maar.... het besluit daartoe houdt tevens den last in tot het verkiezen van nieuwe binnen veertig dagen.

Eigenmachtig handelen kan onze Koning dus in geen enkel opzicht, zoodra ons gemak, onze rust of onze beurs erin betrokken zijn. De Koning kan officieren benoemen, bevorderen en ontslaan, maar er mag niet meer geld aan besteed worden dan de wet, de begrooting, toestaat. Alleen in zake adeldom en ridderorden heeft de Koning de hand vrij. Men zou daaruit haast afleiden, dat Jan Compagnie, Jan Courage, Jan Contant, Jan Hen, Jan Gat, Jan Rap en Jan Salie zich allen even weinig om den adel en de ridderkruisen be kommeren.

Neen, macht, eigen macht heeft Zijne Majesteit onze geëerbiedigde Koning niet, vooral geene macht, om iets te doen, dat verkeerd of schadelijk is in de oogen der natie; alleen ten goede kan hij aansporen en aandrijven, en dan zal hij zelfs moeten afzien van de eer, die hem zou toekomen, want die zal men den minister toekennen. Een voorbeeld?

Wat heeft men den minister Heemskerk gefeliciteerd en geprezen, toen de grondwet door de beide Kamers was aangenomen! Wie heeft daarbij gedacht aan een woord van dank en hulde jegens den Koning, van wien de voorstellen toch geacht worden uit te gaan?

De macht bij ons berust bij Koning en Volksvertegenwoordiging samen. De Koning is slechts de eerste dienaar van den Staat en van de Wet, die hij laat uitvoeren, die hij moet laten uitvoeren onder toezicht der natie.

Hebben wij dan wel een koning noodig? Wij zouden even goed af zijn met een keizer en ook met een hertog. Wat geeft ons het woord, de naam?

De eigenlijke macht onzes Konings ligt echter in de historie en in de liefde, die het volk aan het Huis van OranjeNassau toedraagt en steeds heeft betoond.

Al heeft de Koning geene macht, vooral geene macht ten kwade, in de ure des gevaars kan de natie hem eene macht verleenen, zoo groot als die van eenig koning ter wereld; zij kan het lot van het land in zijne hand leggen. En als dan al onze standaarden mochten verloren zijn, zullen wij het oog gevestigd houden op den witten vederbos onzes Konings, dien wij steeds voor ons zullen zien op den weg der eer; de Koning zal het middelpunt zijn, waarom wij ons verzamelen, als wij uit elkaar

Sluiten