Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

O, als de sluizen der welsprekendheid van onze volksvertegenwoordigers eens waren geopend bij dit hoofdstuk, er zou nimmer een einde aan de discussies zijn gekomen.

Immers, elk woord, dat er staat, geeft te denken.

Daar lezen we het opschrift: Van den Godsdienst.

Den Godsdienst!

Welke is dat in een land, waar zestig menschen datgene „eene vervloekte afgoderij" noemen, wat voor de andere veertig van het honderdtal boven alles heilig en verheven is?

Zou het niet beter wezen, dat „den" hier weg te laten en te schrijven: Van Godsdienst?

Den is in het opschrift een historisch woordje: het herinnert eraan, dat Nederland eenmaal een staatsgodsdienst, eene staatskerk had. De revolutie schafte ze af, en waarschijnlijk is er niemand, die de staatskerk terug wenscht. Wij willen vrijheid voor ons zeiven en we gunnen de vrijheid ook aan anderen.

Zoo zeggen we althans. Laat ons hopen, dat allen, die het zeggen, het van harte meenen.

We weten wel, dat alle godsdiensten, die nu bestaan of ooit bestaan hebben, slechts zóó lang vrijheid wilden en gunden, tot ze de macht kregen, om te verdrukken.

De eerste oorzaak ligt in het egoïsme van het menschdom, een egoïsme, dat zich in alles blijft vertoonen, zelfs waar het geheel niet te pas komt: in den godsdienst; eene tweede ligt in het feit, dat de menschen in alle eeuwen godsdienst en leerstellig geloof met elkaar verward of vereenzelvigd hebben. Socrates dronk den giftbeker en Huss beklom den brandstapel en nog duizenden en duizenden werden op de allerpijnlijkste wijze om het leven gebracht, niet omdat zij iets gedaan hadden, dat hen des doods schuldig maakte, maar omdat zij iets hadden gezegd, geschreven of geleeraard, dat in strijd was met het geloof dergenen, die over den sterken arm beschikten. In de vele eeuwen, die tusschen Socrates en Huss liggen, was de menschheid in dit opzicht geene enkele schrede vooruit gekomen.

Zou ze n u verder zijn ? God moge haar bewaren voor de proef.

Ons egoïsme wil, dat ieder bevestig e, wat wij gelooven; twijfelaars en tegensprekers brengen ook in onze ziel twijfel aan; en twijfel is de gruwelijkste der zielefolteringen, vooral als we niet kunnen b e w ij z e n en als we eraan vasthouden, dat ons eeuwig heil van ons niettwijfelen afhangt.

10

Sluiten