Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

men onderscheiden tusschen de prophylaxe toegepast vóór en die na de kans op besmetting; de tweede soort is dus eigenlijk eer. prophylactische behandeling. Zonder op de meerdere of mindert doelmatigheid van bepaalde middelen in te gaan, beweert met niet te veel als men zegt, dat deze methoden zich in het groet in de maatschappij onder de burgerbevolking niet met kans op welslagen laten toepassen. Men kan zich daarbij aan de ervarir.g bij schepelingen opgedaan, spiegelen. De vrijwillige prophylaxe op de Nederlandsche vloot werd in 1908 afgeschaft, omdat ze vrijwel mislukt was, en in 1914 werd ze als vrijwillige prophylactische behandeling weer ingevoerd, die, omdat de uitkomsten voor de gonorrhoe niet onbevredigend waren, in 1917 verplichtend werd gesteld. Ook bij de Duitsche marine o. a. is na het nemen van denzelfden maatregel een duidelijke daling van het aantal gevallen van gonorrhoe en ulcus molle vastgesteld; de cijfers voor de syphilis werden weinig anders. Belangwekkend is een statistiek van R i g g s van het Naval-Station te Norfolk in Virginië, waaruit blijkt, dat ondanks prophylactische behandeling op 5103 gevallen 81 besmettingen met den gonococcus voorkwamen, terwijl deze behandeling in het eerste uur na de kans op besmetting een percentage van besmetting gaf van 0,08 pCt. en van meer dan 10 uur daarna van 7,40 pCt., zoodat na 12 uren geen nuttige uitwerking meer te verwachten is. Het is dus gebleken, dat voor de gonorrhoe de prophylactische behandeling, mits oordeelkundig en al dan niet onder deskundig toezicht, vooral verplicht toegepast, groote beteekenis hebben kan. Daarmede is dan gezegd, dat er bij marine en leger betrekkelijk veel, onder de burgerbevolking in het groot zeer weinig van is te verwachten.

Wat het nut van het onderzoek voor het huwelijk aangaat, ook hiervan moet men geen hooge verwachting koesteren. Uit de statistiek bleek, dat bijna '/3 van alle geslachtszieken gehuwd zijn en dat '/< tijdens het huwelijk primair wordt besmet; deze 25 pCt. primaire besmettingen kan men door het onderzoek niet verminderen; ook om het gezonde geslachtsverkeer te waarborgen komt dit onderzoek te laat, want geslachtsverkeer heeft in vele gevallen reeds vóór het huwelijk plaats; volgens de mededeelingen van het bureau voor de statistiek te Amsterdam was het getal onwettige geboorten per 100 der totale geboorte in 1900—1910 voor Amsterdam gemiddeld 4,72 pCt. en voor den Haag en Rotterdam was het cijfer bijna hetzelfde. (Voor Amsterdam bedroeg het voor 1917—1919 gemiddeld 4,34 pCt.) Dit steekt oppervlakkig beschouwd, gunstig af bij de opgaven uit het buitenland, die bv.

Sluiten