Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van genezing zag echter bijna niemand daarin. Klein en Eltze (35) die van 1904 —1907, 6 gevallen van utêruscarcinoom bestraalden, wezen er op dat het carcinoom in zijn groei geremd werd door vorming van een bindweefselwal. Hierdoor werd wel de levensduur der patiënten verlengd, genezing zagen zij echter niet.

Eenige jaren na het begin der Röntgenbestraling bij baarmoederkanker, begon men ook de radiumbehandeling hierbij toe te passen. Nadat in 1899 door Stenbeck en in 1902 door Danlos het radium in de geneeskunde was aangewend en beiden met goed gevolg hiermee huidepitheliomen hadden behandeld, werd in 1905 door den Amerikaan Abbe in 2 gevallen van collumcarcinoom met succes radium toegepast. Sinds dien werd de vraag opgeworpen: Moet men met radium, met Röntgenstralen of met combinatie van beide bestralen? Deze vraag is heden nog niet opgelost. Nog steeds vindt men voorstanders zoowel van uitsluitend radium als van combinatie van radium en Röntgenstralen, terwijl vooral in den laatsten tijd ook uitsluitend Röntgenbestraling nogal eens wordt toegepast. Wel telde het gebruik van radium in den eersten tijd veel meer aanhangers; wij zullen later nog bespreken, op welke gronden velen hiervan terugkwamen.

Na deze eerste goede resultaten, waaruit bleek dat van de nieuwe therapie veel te verwachten viel, gingen verschillende onderzoekers, zoowel medici als physici aan het werk, om door meerdere bestudeering en proefneming tot nog betere resultaten te komen. Zoowel de radium- als de Röntgenbehandeling hebben een eigen ontwikkelingsgeschiedenis doorgemaakt, welke wij hier in het kort even zullen bespreken.

De groote vooruitgang der radiumtherapie was te danken aan Dominici (36). Deze publiceerde in 1908 zijn methode der z. g. ultra-penetreerende stralen. Door de radiumstralen te filtreeren door Y2 rn.m. lood, goud of zilver, verkreeg hij alleen de hardere /? en de 7 stralen, welke andere biologische eigenschappen vertoonden. Ze werkten intensief op kwaadaardig gezwelweefsel, terwijl ze het gezonde weefsel niet aantastten. Het bestaan eener

Sluiten